Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raties van zelden meer dan veertig personen, houden zij zichzelf voltallig, kiezen de burgemeesters, die het bewind voeren, en de schepenen, die recht spreken. Wel heeft in de meeste steden de stadhouder de verkiezing uit een dubbeltal, dat de vroedschap hem aanbiedt. Maar de stadhouder, die vooralsnog geen andere staatkunde volgt dan die van de Staten van Holland, kiest alleen dezulken, die hij weet dat aangenaam zijn aan de vroedschappen. Eerst in later tijd, na Maurits coup cVétat van 1618, krijgt het stadhouderlijk gezag in dit opzicht beteekenis.

Yan de burgerij is de vroedschap ten eenenmale onafhankelijk. Gedurende de beroerten was het weer hier en daar in zwang gekomen, wat in de vijftiende eeuw algemeen gewoonterecht was geweest, dat over gewichtige aangelegenheden de schutterijen en gilden, of hun hoofdmannen althans, geraadpleegd werden '). Maar in het jaar der afzwering hadden de Staten zulke raadpleging voor het vervolg verboden 2), en sedert werd alleen in een paar steden, en bij uitzondering, de burgerij over stadsbelangen gehoord. Na het vertrek van Leicester, die zich tegen de regenten op de schutterijen en gilden beroepen had, kon het niet anders, of de Staten moesten nog ongunstiger dan te voren jegens den invloed des volks op de regeering gezind zijn. Waar zij kunnen, verwijderen zij dan ook uit den regeeringsvorm al wat naar volksinvloed zweemt. Te Nijmegen hadden de gilden vanouds meer dan in de andere Geldersche steden te zeggen gehad; na de inneming der stad wordt de nieuw gekozen regeering van hun bemoeiingen vrijgesteld, op aandrijven vooral van den Frieschen stadhouder, die tegen „ dezen vorm van des gemeenen mans regeering", als een bron van tweedracht, was ingenomen s). De Spaanschgezinden wezen op die handelwijs der Hollandsche regenten, als een blijk van hun heerschzucht, kwalijk onder schoonschijnende voorwendsels bemanteld. Lat waren die vrijheidsvrienden, die alleen tot handhaving der privilegiën tegen hun koning streden!

1) Zoo had, om een voorbeeld te noemen, in Juni 1574, tijdens het beleg van Leiden, Prins Willem verlangd, „dat nevens de Gedeputeerden van de Staten mede ter dagvaart koitaen zouden ten minsten vier of meer personen van de principaelsten uit de schutterij en de burgerij der zeiver steden, niet van de Wet wezende, die bij de gewone Schutters, Gilden of Burgers, als 't selve in de beste form zoude mogen geschieden, daertoe zonderlinge zouden worden verkosen om te representeeren dezelve schutters of gemeene burgers". Bor, I, blz. 508.

2) Kluit, dl. I, blz. 263.

3) Keyd, blz. 174.

Sluiten