Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommen binnen; maar slechts een gedeelte kwam uit hun handen in de gemeene schatkist. Het was derhalve van groot belang voor den Prins, dat hij, reeds in het begin van den oorlog, van den Franschen Koning heimelijk verlof kreeg, om te Calais, aan de schepen, die door het Kanaal de Noordzee binnenvoeren, zulke geleibrieven te verkoopen. Hij trok daarvan, verzekert ons Reyd, een inkomen groot genoeg om er al de oorlogskosten mee te bestrijden. Maar de kapers, die door deze schikking hun bedrijf zoo goed als vernietigd zagen, en die den Prins maar half onderdanig waren, bekreunden zich gedurig minder om zijn brieven, en kaapten ook de schepen, die er zich van voorzien hadden, weg. Allengs raakte dus het betalen van licenten te Calais, als nutteloos, in onbruik, en de Prins zag zich van die rijke inkomst verstoken. Maar elders bleven beide belastingen goed inkomen: de graanhandel van de Oostzee op de zuidelijke rijken, die een aantal schepen van allerlei natiën bezig hield, betaalde liever konvooi-geld aan de Hollanders, dan dat hij zich aan kaperij blootstelde En de zuidelijke Nederlanden konden niet bestaan zonder den toevoer, dien de Hollanders hen met licentgeld zoo duur mogelijk lieten betalen. Op den duur bestreden dus de inkomsten der zeemacht haar uitgaven ruimschoots.

Al spoedig namen de licenten het karakter van inkomende en uitgaande rechten aan: als zoodanig dienden zij zelfs tot bescherming der inlandsche nijverheid. De voortbrengselen van den bodem en van de nijverheid der Hollanders werden niet zoo hoog belast, of de vijand kon ze toch nog beterkoop dan die van andere landen inslaan. Van de voortbrengselen van België liet men al wat de republiek behoefde tot een laag recht toe; wat in mededinging zou treden met de Noord-Nederlandsche waren werd zoo hoog belast, dat het kwade rekening gaf het in te voeren 2). Evenwel de Hollanders begrepen te goed de beginselen der handelswetenschap, zij waren te zeer „free-traders" in hun hart, om niet in te zien, dat alle belasting den handel belemmert. Meermalen verklaren de Staten, alleen door den nood gedrongen de licenten te heffen, die in de eerste plaats hun eigen nering benadeelen 3).

Het beheer der zeezaken berustte bij de admiraliteiten. Oorspronkelijk had de zeemacht van iedere provincie, zoo gering zij

1) Zie een Engelsch Discours, bij Bor, dl. III, blz. 37.

2) Van Meteren, B. XVI, f. 307.

3) Van Meteren, B. XVI, f. 315.

Sluiten