Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor wij verder gaan, moeten wij ons den loop der Fransche burgeroorlogen herinneren, voor zoover zij Philips en de Nederlanden betreffen.

Van den aanvang zijner regeering af had Philips de staatkande van Spanje aan de belangen der Kerk dienstbaar gemaakt; de herstelling van het katholicisme, zooals het op het Concilie van Trente vernieuwd was, was het doel, waartoe hij Spanje's krachten uitputte: de heerschappij van Spanje ging, in zijn oog, aan die der Kerk gepaard. Den oorlog met Frankrijk, een nasleep der oorlogen van Karei V, voerde hij minder om zijn vijand te onderwerpen, dan om tot een duurzamen vrede met hem te geraken, die beiden in staat zou stellen om de toenemende ketterij in hun rijken uit te roeien. Die vrede kwam in 1559 te Cateau Cambresis tot stand, op voorwaarden, die schijnbaar geen aanleiding overlieten tot hervatten van den krijgt Een nieuw tijdperk scheen aan te breken, waarin het belang van den gemeenen godsdienst de bijzondere belangen van beide staten op den achtergrond zou schuiven, waarin de vroegere mededingers tot één heilig doel zouden samenwerken. Het huwelijk tusschen Philips en de dochter van den Franschen Koning moest den band tusschen beide vorsten nog nauwer toehalen.

Hoe getrouw Philips de taak, door hem aanvaard, behartigd heeft, weten wij Nederlanders door al te droevige ondervinding. Maar de Fransche regeering stelde zijn verwachting te leur. Het ontbrak den vorsten, die daar achtereenvolgens den troon beklommen, aan den ernst en de eenzijdigheid, die hem voor zijn taak zoo bijzonder berekend maakten. Het ontbrak hun ook aan een werktuig, geschikt voor hun doel, zooals Philips in het geestdrijvend en koningsgezind Spanje er een bezat. Frankrijk, tusschen het ware geloof en de ketterij verdeeld, zonder dien geloofsijver dien eeuwenlange oorlogen tegen de ongeloovigen aan Spanje hadden ingeboezemd, maakte het de regeering bijna onmogelijk, de ketterij te verdelgen. Wel was er ook in Frankrijk een partij, die met Philips eensgezind was, die voor de Kerk alles over had, die Frankrijk liever verwoest zag dan met ongeloof besmet; maar eerst allengs groeide zij'aan, en voor haar hoofd erkende zij niet de regeering, maar het eerzuchtige huis van Guise. Even ijverig en even vastberaden schaarde zich daartegenover de partij der Hugenoten, in zich zelf niet machtig, maar sterk door de verbintenis met een talrijken adel, aangevoerd door de Prinsen van Bourbon, van koninklijken bloede, die tamelijk onverschillig om-

Sluiten