Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Oldenbarnevelt gevallen was, en zijn plaats ledig stond, zocht de Engelsche gezant Carleton den Prins te vergeefs tot het aanvaarden van het landsbestuur op te wekken; hij bleef het overlaten aan de Staten '). Alleen aan het hoofd van een leger gevoelde hij zich op zijn plaats. En voorzeker geen beter veldheer had het vaderland zich kunnen wenschen.

Maurits behoort niet tot die geniale veldheeren, die, zooala Condé bij voorbeeld, in hun proefstuk reeds een meesterstuk leveren, die, zonder noemenswaardige voorbereiding, zoodra zij den veldheerstaf in handen nemen, zich oogenblikkelijk veldheer betoonen. Met hoeveel krijgstalenten door de natuur begiftigd, eerst door onverpoosde studie en oefening heeft Maurits zich tot degelijk veldheer gevormd. Maar vandaar ook, dat hij, boven meer geniale krijgslieden, voor allerlei soort van krijgsbedrijf geschikt, en in elk vak van zijn kunst bedreven werd. Op het slagveld voorzichtig en onverschrokken, bij belegeringen ervaren en vol beleid, in het aanleggen van vestingwerken buitengewoon bekwaam, muntte hij toch bovenal uit in de organisatie der legermacht. Hij vond den krijgsdienst een onordelijk, ongebonden rooversbedrijf; hij heeft door strenge maar billijke tucht, door instructiën en reglementen over elk gedeelte van den dienst, het leger tot een welgeregeld organisme herschapen. Zucht tot orde straalt in al zijn doen door. Op gevorderden leeftijd leerde hij nog het koopmansboekhouden, om het gebrekkig beheer zijner geldmiddelen te kunnen verbeteren 2); met gelijken ijver behartigde hij ook in het krijgswezen een ordelijk bestuur. Zijn invloed heeft hem dan ook meer dan een halve eeuw overleefd: zijn reglementen zijn de grondslag van alle latere regeling gebleven; zijn vestingwerken tot op den tijd van Willem III slechts weinig veranderd.

Schitterende veldslagen heeft hij, als men den slag bij Nieuw-

appartenoient. II a esté blasmé de trop d'espargne, et un sien subject se plaignant d'en estre mal recognu: „Regardés, dit il, ce sien pourtraict, on ne le pouvoit mieux peindre que le poing serré." — Jeannin beschrijft hem als: „soupgonneux de son naturel" (p. 213), en Villeroy (by Jeannin, p. 453) als: „ayant 1'esprit opiniatre et dur." — Buzanval als „tres sage et tres retenu," p. 53). — Bentivoglio zegt van hem: „le sue maniere non populari, come furono quelle del padre, ma piuttosto gravi e superbe; 1'aver egli atteso anzi ad accumular il danaro che a spenderlo," etc. (Relaz, I. III. c. 3. p. 100). Op de laatstgenoemde eigenschap doelt ook Du Maurier, bij Ouvré, Documents inédits, p. 243.

1) Carleton, 27 Januari 1818/19, p. 334.

2) Van Capelle, Bijdragen tot de geschiedenis der wetenschap en letteren in Nederlai.d, blz. 158.

Sluiten