Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beter dan Zutphen verdedigd; Herman van den Bergh, een volle neef der beide stadhouders, een zusterszoon van Willem van Oranje, had er het bevel gevoerd, en getoond dat ook in hem het edel bloed van Nassau niet ontaard was; eerst toen hij gewond en buiten gevecht was gesteld, werd er aan overgave gedacht. Zijn neven stonden aan hem, en aan de bezetting hem ten gevalle, eervolle voorwaarden toe; met wapens, vaandels en bagage trokken de Spaanschen naar Yerdugo af, die, met vijftien honderd man bij Koevorden gelegerd, den voorspoed van de Staten werkeloos moest aanzien.

Zoo (zegt de Spanjaard Coloma) gingen twee allergewichtigste sterkten verloren, die den pas over den IJsel naar de Veluwe, en verder naar Holland, beheerschten: een verlies dat wij nog heden ten dage betreuren, een eerste gevolg van 's Konings tusschenkomst in Frankrijk. — Inderdaad het aftrekken van het Spaansche leger naar Frankrijk alleen had Maurits in staat gesteld om de slecht bewaakte vestingen weg te nemen.

Waar nu heen? Naar het Noorden, vorderde de afspraak met de Friezen, naar Koevorden zooals Willem Lodewijk verlangde, of, zooals de meerderheid van den krijgsraad wenschte, naar Groningen. Die stad, goed versterkt en van alles voorzien, door haar eigene burgers zorgvuldig bewaakt, was niet bij overrompeling te nemen, gelijk Zutphen en Deventer. Maar men hoopte op de verdeeldheid der ingezetenen, waarvan een aanzienlijke minderheid staatschgezind was; op de vrijheidszucht der geheele burgerij, die haar privilegiën handhaafde en geen Spaansche bezetting in de stad gedoogde. Misschien zou de minderheid, als het slagvaardige en overwinnende leger der Staten voor de poorten verscheen , voor een oogenblik bovendrijven, en de stad bij verrassing tot deelneming aan de Unie bewegen. De kans op zoo groot gewin was wel waard dat men haar waagde: naar Groningen ging dan ook te water het geschut; over het moeras, thans bij het droge zomerweer begaanbaar, het lustige leger. Maar Verdugo had dien tocht voorzien, en, beducht voor hetgeen Maurits hoopte, voor de stemming der verdeelde burgerij, was hij met weinig manschap naar Groningen vooruitgesneld, gevolgd door Frederik van den Bergh met de rest van het leger, ongeveer vijftien honderd man sterk. Juist nog bijtijds kwam hij in de stad: de regeering vond hij besluiteloos, onzeker of zij de Spanjaarden dan wel de Hollanders zou binnen laten; de staatschgezinden, op het aanrukkend leger van Maurits hopende, voerden reeds den boventoon. Maar de

Sluiten