Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wicht te breken had Mayenne daar de vergadering belegd. De kans van de infante was dus verminderd, maar nog stond zij gunstig genoeg. Veel zou er afhangen van den man, die Spanje op den rijksdag vertegenwoordigen zou. De allerbekwaamste staatsman, door afkomst en rang zoowel als door groote daden uitstekend , was niet te goed voor die zending; een schat, toereikend om allen die te koop waren te koopen, een leger machtig genoeg om aan allen ontzag in te boezemen, moesten te zijner beschikking staan. Door goud en staal te gelijk moest Spanje zijn aanspraken doen gelden. Misschien zou Parma juist de man geweest zijn voor dien post: edel en bekwaam , staatsman en veldheer, had hij zich jegens Frankrijk en inzonderheid jegens Parijs verdienstelijk gemaakt. Zeker is het dat zij, die hem vervingen, te eenenmale onberekend waren voor zoo moeilijk een taak. Feria, die op den rijksdag den Koning vertegenwoordigen moest, was een der edelsten van Spanje, maar van niet meer dan middelmatige bekwaamheid; het leger, dat aan zijn woorden klem moest bijzetten, bedroeg nauwelijks zesduizend voetknechten en duizend ruiters, onbetaald en muitziek volk J); de bevelhebber was de onbedreven zoon van den landvoogd, Karei van Mansfelt. Een ongeschikt veldheer en een ontoereikend leger om ontzag in te boezemen voor een onhandigen gezant! De uitkomst liet zich nu reeds voorzien. Dat het in alle geval zaak was het Spaansche leger zoo dicht mogelijk bij de hoofdstad te brengen, begreep ieder, behalve juist de veldheer; de gezanten drongen er tevergeefs bij hem op aan. Met Mayenne en de andere katholieke troepen vereenigd, zou hij, hoe zwak zijn eigen macht mocht zijn, toch de bovenhand hebben gehad; het kon hem dan niet moeilijk zijn gevallen Hendrik IVuit den omtrek van Parijs te verdrijven en St. Denis te bemachtigen, waar de kleinoodiën der kroon berustten, en vanwaar de Statenvergadering althans eenigermate beheerscht kon worden 2). Maar Mansfeit verkoos Noyon te gaan belegeren, en toen hij dit ten laatste genomen had, vond hij zijn krijgsvolk zoo versmolten en uitgeput en muitziek, dat hij het naar de grenzen terug moest voeren. Bij dit vertoon van onmacht werden de hooge woorden van Feria en zijn medegezanten te Parijs belachelijk 3).

1) Carnero, p. 282.

2) Coloma, p. 200.

3) Inigo Mendoca, een uit het gevolg van Feria, schrijft: „ne ay quien ne nos eche en rostro nostra desnudezza en armas y dineros, otros nos predican por impotentes y desconfian de lo que promitimos"; bij Ranke, Franz. Gesch. I, S. 563.

Sluiten