Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den landvoogd bijna onmogelijk vallen, zijn snel versmeltende strijdkrachten gedurig aan te vullen; Maurits zou steeds zwakker vijanden te bestrijden hebben. Geen beter middel tevens om de flauwhartige Duitsche vorsten, die Spanje niet minder verafschuwden dan duchtfen, tot deelneming aan den strijd te bewegen, dan aan hun grenzen een oorlog te beginnen, waarin zij zich zonder groot gevaar konden mengen 1). Die voorstelling, later, naar het schijnt nog herhaaldelijk aangedrongen, maakte indruk; en, nu er eens besloten was Mansfeit bezig te houden, richtten de Staten den aanval het liefst naar de zijde, waar Bouillon hun kon bijstaan.

Toen Philips van Nassau in het Luxemburgsche verscheen, was Bouillon, die intusschen tot maarschalk van Frankrijk verheven was, er reeds in het veld, en had zelfs eenige goed gelegen plaatsen ingenomen. Volgaarne zou Philips zich met hem tot meer beslissende ondernemingen vereenigd hebben; hij schreef aan Oldenbarnevelt om daartoe gemachtigd te worden, maar hij erkende tevens eerlijk, dat de Fransche Koning voor het oogenblik niet bij machte scheen om zijn veldheer te ondersteunen, en dat deze alleen zich bezwaarlijk zou kunnen staande houden 2). Hij had bij die bekentenis het bericht te voegen, dat reeds een aanslag, door hem op St. Vyt gewaagd, mislukt was. Geen wonder, dat de van

aagstukken afkeerige advokaat zich voor zulke plannen niet liet winnen, en' dat Philips, zoodra de grijze Mansfeit in persoon zijn benauwde provincie te hulp kwam, bevel ontving om met den behaalden buit huiswaarts tc keeren. Bouillon moest nu ook wel veld ruimen. Zoo van beide tegenstanders ontslagen, kon Mansfeit, gelijk wij gezien hebben, zijn zoon met een leger naar Frankrijk sturen om Feria's voorstellen kracht bij te zetten.

Inmiddels had Maurits iets van meer belang op het oog: hij zou trachten Geertruidenberg, de eenige stad van Holland, die de vijand in zijn macht had, te verrassen 8), of, zoo dit mislukte haar door belegering meester te worden. Behalve de groote voordeden , die uit deze verovering zouden voortvloeien, zou men zoodoende tevens den vijand bezig houden en hem verhinderen in Frankrijk met aanzienlijker krijgsmacht op te treden *). De

1) Bor, dl. III, blz. 589.

2) Zijn brief bij Bor, dl. UI, blz. 678.

3) Coloma, p. 211. Reyd, blz. 211.

4) In een brief aan Elisabeth, van 28 Juni 1593, noemen de Staten het beleg van

Geertruidenberg: „le meilleur moyen d'empescher 1'ennemi en son desseing contre ledict

Roy (de France), et de le contraindre de retenir en ses pays ses plus grandes forces,

Sluiten