Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landvoogdij had bekleed, van Karei van Mansfeit, die opperbevelhebber van aanzienlijke legers was geweest, en van een aantal anderen, die zich minstens aan Fuentes gelijk gevoelden ,).

Niet beter waren Fuentes en de Spanjaarden, van hun kant, met de nieuwe regeering tevreden. De zwakke, door de jicht gefolterde, dikwijls bedlegerige landvoogd wilde niemand voor het hoofd stooten, en slingerde tusschen beide partijen; zijn rechtvaardig gemoed neigde meest tot de inheemsche edelen en ergerde de Spanjaarden, die gedacht hadden in hem een buigzaam werktuig te vinden. Brieven vol klachten gingen er aanhoudend van hen naar Madrid: zij verschoonden Ernst zelf, maar zijn bestuur keurden zij ten sterkste af: hij was een best man, een engel 2), maar de raadslieden, dien hij ongelukkig gehoor gaf, bedierven alles; zijn ziekelijkheid stelde hem buiten staat om krachtig door te tasten, en dat toch was het eenige wat baten kon; met inschikkelijkheid was niets te winnen. Strenge rechtvaardigheid jegens de gehoorzame gewesten en oorlog met alle macht tegen de afvallige: dat was het stelsel, door de partij van Fuentes aanbevolen 3).

Beviel de landvoogd niet aan zijn raadslieden, niet minder mismoedig was hijzelf. Hij had gehoopt, dat zijn bemiddeling vrede en welvaart zou stichten, en hij zag onder zijn bestuur de scheuring wijder en den toestand ondragelijker worden. Van het huwelijk met de Infante scheen niets te komen, evenmin van den afstand der

1) De haat tegen de Spanjaarden duurde by den Belgischen adel sinds den oorsprong der troebelen onafgebroken voort. Daarop rekende in het bijzonder Elisabeth. Bjj het vernemen van Parma's dood verhaalde zij aan Caron, onzen gezant: „dat haer wel indachtig was, doen zy haer ambassadeurs tot Ostende ende in Vlaenderen hadde gesonden, dat diversche Heeren, de partije van den Spaignaert houdende, wel hadden sooverre henluyden laten verluyden, dat zij allezints moede waren van het Spaensche gouvernement; dat Milard Cobham haer verzekert hadde, dat Champaigni ende la Motte aan hem particulierlijk verzocht hadden, dat immers hare Majt. in haer tractaet soude willen persisteeren, dat die Spaignaerden uit de Nederlanden souden moeten trecken, dat sij anders nyet en begeerden dan gemainteneerd te mogen worden in haerluyder religie; 't welk haere Maj1., soo sij seyde, allesints billick vont, ende voorts alleenlycke den titel van Coninck van Spaignen in 't gouvernement gebruicken: dat deselve Champaigni, ende la Motte oock aen milord Cobham gewaarschouwt hadden, dat op den Hertoge van Aerschot niet te betrouwen en was, dat hg allesints de partye van den Spaignairt was voortdrijvende, omme de groote pensionen ende traictementen, die hij van den Coninck van Spaignen was treckende." Sinds dien tijd was de wufte Aerschot opnieuw omgeslagen, hij betoonde zich thans van alle vijanden der Spaansche regeering den hevigsten.

,2) Zoo noemt hem Diego de Ibarra. Met fijner spot zegt Tassis, p. 555: „nil nisi virtutem sapiebat."

3) Zie de onderschepte brieven, bij Bor, III, blz. 859 en vlg.

Sluiten