Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlanden. Een landvoogd zonder gezag, meer was hij niet. Het geldgebrek, waarin de Spaansche regeering hem liet, belemmerde al zijn daden. Gezant op gezant trok van zijnentwege naar Madrid, eerst Molar, zijn kamerheer, toen de heer van Dietrichstein, zijn vertrouweling, eindelijk zijn secretaris Westernach 1), allen met dezelfde boodschap, dringend verzoek om meer geld, en betoog dat vrede met de noordelijke gewesten, hoe dan ook, noodzakelijk was. Daarbij werd het huwelijksplan niet vergeten; de nog steeds besluitelooze Keizer ergerde zich over de eerzucht van zijn broeder, die niet wachten kon totdat hij zelf eindelijk een besluit zou genomen hebben 2).

Het jaar 1594 liep ten einde; tegen het volgend voorjaar dreigde nog grooter gevaar. Tot nog toe was de oorlog tegen Hendrik IV uitsluitend op Fransch grondgebied gevoerd, maar het liet zich aanzien, dat de Franschen dien thans naar België zouden overbrengen. De Waalsche gewesten dien dit in de eerste plaats aanging , sidderden op het vooruitzicht en morden tegen de onbezonnen regeering, die hen aan nieuwe jammeren bloot stelde. Zij, tot nog toe de beat gezinde, de minst met ketterij besmette, de eerste, die zich na de pacificatie van Gent met den Koning verzoend hadden, zij lieten zich thans het vinnigst tegen de regeering uit; zij hadden reeds geklaagd, toen Parma zijn losbandige en roofzuchtige benden, ter hulp van de Ligue, door hun gebied heen en weer voerde, en er zelfs in kwartier legde; nog meer werden zij verbitterd, toen hen de muiters van St. Pol en Pont sur Sambre maanden lang straffeloos uitplunderden en brandschatten; nu bracht hen het uitzicht op een gevaarlijken, en in hun oog nutteloozen, oorlog met Frankrijk, waarvan hun grondgebied het tooneel stond te worden, tot vertwijfeling. Reeds was Baligni, die zich tot heer van Kamerijk had opgeworpen, in verbond getreden met Hendrik IV, en plunderde uit zijn vesting, die de sleutel was van Artois en Henegouwen, al het omgelegen land af. Wat nog erger was: de Fransche Koning zelf kondigde hun thans plechtig aan, dat hij, zoo zij Philips niet wisten te bewegen om de Ligue voortaan aan haar lot over te laten, zich genoodzaakt zou zien, uit weerwraak, in hun landen te vallen. Dat hij die bedreiging

1) Meerbeeck, Chroniicke, blz. 791. — Dit langdradige boek, hoewel grootendeels compilatie, bevat toch enkele goede berichten, elders niet te vinden; het geeft ons in het algemeen de geschiedenis van dezen tijd, zooals een Belg ze beschouwde.

2) Khevenhiller, IV, S. 1342.

Sluiten