Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Zutphen bevrijd te zien. Maar het buitengewoon groote en kostbare leger, voor de belegering van Groningen in dienst genomen , had al het geld verslonden, dat door de provinciën was toegestaan, en dat zij slechts voor eens en met inspanning van alle krachten konden opbrengen: het was dus onvermijdelijk eenig krijgsvolk af te danken, en zich voor dit jaar van verdere ondernemingen te onthouden. Maurits was daar eerst stellig tegen, maar bij nader inzien hechtte hij er toch zijn goedkeuring aan, vooral omdat het verdrag met Frankrijk vorderde, dat een vrij aanzienlijk aantal soldaten gereed werd gehouden, om, op de eerste aanvraag, naar het leger van Bouillon op weg te gaan. Want terwijl Groningen belegerd werd, had Buzanval den Staten uit naam des Konings verzocht, in plaats der nog aan te werven Zwitsers, liever troepen, die reeds in hun dienst stonden, te leveren 1). lederen dag verwachtte men, dat de troepen zouden opgevorderd worden, maar er kwam geen aanvraag. Met ongeduld zag Maurits den tijd nutteloos voorbijgaan, en toen het jaargetij zoogoed als verstreken was, en er nog altijd niets uit Frankrijk vernomen werd, dreef hij bij de Staten door, dat hij met het dus beschikbaar gelaten leger nog iets tegen de vestingen van Twente, met Groenlo te beginnen, ondernemen mocht. Reeds was alles gereed, de vaandels op hun vergaderplaatsen bescheiden, Maurits op het punt van Den Haag voor het kamp te verlaten, toen eindelijk onverwachts Buzanval de hulptroepen voor Bouillon kwam opvorderen 2). Maurits en zijn krijgsraad waren over dit ontijdig aanzoek, dat hun beste plannen verijdelde, ten hoogste verstoord; zij hadden gaarne gezien, dat de Staten uitstel verzochten, totdat de veldtocht zou zijn afgeloopen; wat toch kon Bouillon bij het naderen van den winter met het krijgsvolk aanvangen, dat daarentegen in Twente nog zulke goede diensten bewijzen kon? Maar de Staten, zonder zelfs den Raad van State erin te kennen 3), stonden het verzoek van Buzanval onverwijld en onvoorwaardelijk toe, en gaven last dat de aangewezen manschap hoe eer hoe liever naar Bouillon zou aftrekken. Maurits gehoorzaamde, hoewel onwillig; doch standvastig bleef hij weigeren met het overschot van het leger verder iets te ondernemen j de Staten drongen daartoe tevergeefs bij hem aan; hij begreep, dat het roekeloos zou zijn met zoo luttel volks

1) Bor, UI, blz. 844.

2) Zie Maurits' brief van 9 October, Archives, II» série, I, p. 328.

3) Zie de klacht daarover van den Raad van State, bij v. d. Kemp, Maurits, I, blz. 407.

10

Sluiten