Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met alle macht zouden bijstaan: nu bleek het dat zij den oorlog op hem alleen lieten aankomen, gerust dat hij den vijand wel bezig zou houden. Vooral Elisabeth had hem teleurgesteld. Zij had hem terstond met zijn oorlogsverklaring geluk doen wenschen, maar, nu tengevolge daarvan de vijand met verdubbelde woede op hem aanviel, trok zij, in plaats van hulp te zenden, zelfs haar hnlptroepen uit Bretagne terug, en verschoof daardoor de reeds ver gevorderde onderwerping van dat gewest weer onbepaald. Zij behoefde haar soldaten zelf, gaf zij voor, in Ierland, waar de ondankbare Tyrone, door haar weldaden groot gemaakt, gansch Ulster tegen de Engelschen in de wapenen had gebracht. En toen daarop Fuentes door zijn eerste veroveringen geheel het noorden van Frankrijk in ontsteltenis bracht, en de Koning dringend om vierduizend Engelschen verzocht, die de stad Parijs onderhouden zou, schaamde de zelfzuchtige regeering van Engeland zich niet van den nood van haar bondgenoot partij te trekken: in plaats van hulptroepen te zenden, bood zij aan, Dieppe, Boulogne en Calais in bewaring te nemen, — Calais, waaruit de Engelschen Frankrijk twee eeuwen lang hadden geteisterd, en dat zij niet licht terug zouden geven, als het hun ooit weer in handen kwam. Voor zoo gevaarlijke hulp bedankte Hendrik, gelijk te voorzien was: hij herhaalde zijn eerste verzoek om hulptroepen, en drong het aan door vertrouwelijk mee te deelen, hoezeer de Paus zich beijverde om hem met Spanje te verzoenen. Dien aandrang vatte Elisabeth als bedreiging op, en antwoordde hem op hoogen toon; zij kon zich nog niet gewennen haar ouden beschermeling als overmachtigen bondgenoot naast zich te zien. Nu Hendrik hoe langer hoe meer zich Koning van Frankrijk betoonde, herleefde bij de Koningin van Engeland de oude naijver, die op eeuwenlange vijandelijkheid tusschen beide rijken berustte ').

Ook over de Staten was de Koning aanvankelijk ontevreden. Hij had gerekend op krachtig samenwerken van dezen met Bouillon; wij zagen hoe het spoedig verloren gaan van Huy dit belet had. Hij had verder gedacht, dat een aanzienlijk Hollandsch leger den vijand in Brabant of Vlaanderen bezig zou hebben gehouden: de Friezen hadden hem indertijd beloofd dat, als eens Groningen genomen was, drieduizend man van hun repartitie het Staten-leger zouden versterken. En nu was ten slotte de krijgsmacht der Staten nog geringer dan in de laatste vier jaren, te gering om er iets

1) Flassan, Diplomatie Frangaise, II, p. 104; Mignet, Antonio Perez, p. 351.

Sluiten