Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veroverde Portugal zijn Spanje overtrof, liever Nederlanders dan Portugeezen als bootsvolk op de Indische vloten liet aannemen ').

Niet minder treft ons, in het verhaal van Linschoten, het diepe verval van het Portugeesche zeewezen en de weerlooze staat der Portugeesche factorijen in Indië. Het leger, dat ze beschermen moet, is slecht gevormd en slecht aangevoerd, en wordt zoo karig bezoldigd, dat niemand, die in eenige handelsbetrekking, hoe germg ook, kan overgaan, in dienst wil blijven. De weg tnsschen het moederland en de koloniën is in tweeërlei opzicht onveilig; van Lissabon tot de Azoren wemelt de zee van kapers, die onvermoeid op de terugkeerende, rijkbeladen schepen jacht maken en tegen welke de Spaansche oorlogsvloot niet in staat is hen te beveiligen; daarenboven, na volgens de bepalingen van het pepercontract de zeeschade grootendeels op rekening eener buitenlandsche handelmaatschappij komt, voelt de Spaansche regeering zich niet opgewent om, tot het voorkomen dier schade, haar zeemacht bloot te stellen. De schepen, waarmee Linschoten terugkeerde, hoewel gewapend en met kanonnen toegerust, komen angstig aanvaren,. verbergen zich zooveel zij kunnen, en sluipen ten laatste de haven van Lissabon binnen, gelukkig dat zij aan de geduchte kapers ontsnapt zijn. Tusschen Goa en de Azoren heerschen de stormen, niet minder geducht dan de vijand, en waartegen de ellendigevaartuigen even weerloos zijn. Het is nauwelijks te gelooven, hoeveel lichtzinnigheid, onkunde, lafheid en wanorde er op de Portugeesche schepen heerscht. Zoo roekeloos wordt het schip geladen, van onder met lichte waren en bovendeks met zwaardere, dat het topzwaar wordt en soms nog op de reede omslaat. De uitrusting is armoedig: als het roer gebroken is, heeft men niets om het te herstellen. Van de vijftig bootsgezellen verstaan er tien zoo tamelijk hun handwerk, de meeste zijn nog geheel onbevaren. Het schip gelijkt een doolhof, zegt Linschoten, en zoo vaart het op Gods genade. Gods genade en de voorspraak der Heiligen zijn dan ook de eenige toevlucht in den nood; zichzelf helpen kunnen de schepelingen niet. Bijna nooit komt de jaarlijksche vloot van vijf schepen voltallig over; het is wel, als er niet meer dan één van de vijf verongelukt is. De kapitein van het schip, waarop Linschoten terugkeerde, kon zich niet begrijpen, hoe God de Heer hen, die goede Christenen en katholieken waren, zoo met storm plagen kon, en daarentegen aan ketters, als de Engelschen,.

1) Blz. 351.

Sluiten