Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ketterij en der onverdraagzame rechtzinnigheid gekweekt liad van

den rusteloozen arbeid, die alleen in rijk worden geluk ziet.Het smartte hem, de scheepvaart, vroeger zoo vreedzaam,in denlangdurigen oorlog tot vrijbuiterij te zien verwilderen; hij oordeelde, dat dit bedrijf, waartoe zich het zeevarende volk hoe langer hoe meer begaf, krachtiger dan al het andere, de oud-Hollandsche zachtaardigheid bedierf. Met al zijn hart wenschte hij den gruwehjken oorlog geëindigd M- - Hoe gansch anders beschouwde de dichter van den nieuwen tijd diezelfde vrijbuiterij.

Matroos gingh wacker aen, en nam, met groot vermaeck, Of hier een Spaensche berck, of daer een rijcke kraeck. Om dan naar rechten eysch den buyt te mogen deelen Ontstont er hart geschil en veelderley krackeelen.

Het is Cats, die ons in zijn „ twee-en-tachtighjarigh leven " dus welgemoed het voordeelige handwerk van Jan Rap beschrijft, waarbii hij zelf, als advokaat, een aardige som verdiende. In hem, in Cats, zien wij, beter dan in eenig ander schrijver, het karakter

van het nieuwe, protestantscbe Holland uitgedrukt; in Spieg e daarentegen den weerzin van het gematigd-katholieke, oud-Ho landsche geslacht tegen kerkhervorming en handelsgeest

Gelukkig dat ook de echte godsdienstzin, door de Reformatie verlevendigd, het zoeken van de dingen die boven zijn met minder dan het jagen naar wereldsch gewin m den geest des

tijds en des volks lag. Bij velen althans temperde de godsvrucht de

hebzucht; en de spaarzaamheid, aan onzen landaard eigen,hield de weelde in toom. Niet alleen over de schatten van Nederland heeft de vreemdeling zich te verwonderen. Scultetus die in het gevolg van den jongen Frederik van de Paltz, in het jaar 1612 , over Holland naar Engeland reisde, zegt, na over de handelsgrootheid van Amsterdam te hebben uitgeweid: „ Mij, als ik het zeggen zal, heeft het meest in die stad getroffen, dat er voor ziekenen armen, voor grijzen en weezen zoo voorbeeldig wordt gezorgd m gebouwen zoo grootsch, dat ik aarzel of ik ze godshuxzen of palei^zen noemen moet" »). Het geld, met gierigheid gewonnen, werd slechts bij uitzondering in weelde verkwist, en. voor de armen was de beurs nooit gesloten; de Hollandsche milddadigheid was even beroemd als de Hollandsche winzucht. Bovendien, de gegoed-

1) Zie lijn brief aan Lipsius, medegedeeld in zijn „Leven'' door Vlaming.

2) Abr. Sculteti vita, ab ipso consignita, in Gerdesn Scnmo Antiq. VI. p.

Sluiten