Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienst-oorlogen, die volgden, was het alleen krachtig genoeg om den gemeenen vijand te weerstaan; in Zwitserland, in Frankrijk, in Nederland, in Schotland, in Engeland, overal waar het Protestantisme zich door het zwaard moest vestigen, is het het Calvinisme geweest dat den strijd gewonnen heeft. Nauwelijks heeft het zich in ons land vertoond, of het neemt er den voorgrond in. De "Wederdooperij wijkt even snel ervoor terug, als zij vroeger het Lutheranisme verdrongen had. Voor een goed gedeelte zelfs gaat zij tot het Calvinisme over. Dezelfde schrijver, op wiens gezag wij ons zoo even beriepen, heeft erop gewezen: „tusschen Calvinisme en Wederdooperij was meer verwantschap dan men gewoonlijk erkent. Het Calvinisme heeft zich gerecruteerd uit Wederdoopers " ').

Dus toen, bij den aanvang van Philips' regeering, de behoefte aan eenigheid en eendracht zich bij de Nederlandsche protestanten gevoelen deed, toen het noodig werd door een belijdenis des gegeloofs zich van de velerlei dwaalleer, die verkondigd werd, te onderscheiden, en aan de regeering kenbaar te maken voor welke religie de gereformeerden hun leven veil hadden, werd de Nederlandsche Confessie, overeenkomstig de leer der Fransche Calvinisten, opgesteld 2). Een enkele leeraar, ongeroepen, ongemachtigd, had haar ontworpen, maar in den geest der groote meerderheid; terstond omhelsden haar een aantal invloedrijke predikanten. Uit naam van honderdduizend geloofsgenooten, boden zij haar aan den Koning ter onderzoeking aan 3); honderdduizenden zeiden er amen op. Terwijl dat moedig beleden geloof hier te lande door Alva te vuur en te zwaard vervolgd werd, kwam te Emden, in ballingschap, een Nederlandsche Synode bijeen, en erkende de Geloofsbelijdenis en den Heidelbergschen Catechismus als grondregels der Nederlandsche Kerk. En toen zich in het volgende jaar Holland en Zeeland op het voorbeeld van Den Briel, van den Spanjaard vrij maakten, was het deze gereformeerde Kerk, die zich naast de roomsche kwam vestigen, al mocht in den beginne de naam van Evangelisch-gereformeerd, dien zij zich gaf, aan een minder bepaald kerkgeloof doen denken 4).

1) Rakhuizen van den Brink, aanteekening van Motley, I, blz. 153.

2) Vgl. Trigland, Kerck. Gesch., blz. 154.

3) Zie den brief, waarmee zij de Confessie aan den Koning opdragen, overgedrukt bij Trigland, blz. 147.

4) Vgl. mijn opstel in het „Archief v. Nederl. Kerkgeschied." V, 1895, I, „de voorbereiding van de ballingschap van de Geref. Kerk in Holl."

Sluiten