Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder gebied. De Staten van Holland trachtten zelfs niet eens zich in dit opzicht met de Staten van het overigens zoo nanw met hen verbonden Zeeland te verstaan. Zij beschouwden de regeling der Kerk als een zuivere staatzaak, die elk gewest voor zichzelf kon en moest afdoen; zij hielden zich aan de Unie van Utrecht, die inderdaad, overeenkomstig de voorwaarden van den Augsburger godsdienstvrede, aan elke regeering de vrije regeling der godsdienstige aangelegenheden harer onderzaten had voorbehouden. Een der eerste bemoeiingen van de Staten van Holland, zoodra ervoor de verdediging des lands en voor het vestigen hunner regeering gezorgd was, was het benoemen eener commissie, uit acht wereldlijke en acht kerkelijke personen van aanzien gevormd, waaraan zij het ontwerpen van een meer aannemelijke kerkorde opdroegen. Oldenbarnevelt was van dit alles de aanlegger en drijver ; hij werd lid der commissie, en, eer die nog bijeenkwam, was het ontwerp reeds in de hoofdtrekken overeenkomstig zijn gevoelen vastgesteld; immers er was besloten een vroeger plan, van het jaar 1583, dat toen niet in behandeling gekomen was, ten grondslag te nemen, en slechts in zoover te wijzigen als blijken zou noodig te zijn. Dit oude plan was indertijd met medewerking van Oldenbarnevelt, die toen juist zijn politieke loopbaan begon, opgesteld, en het behaagde hem thans nog zoo, dat hij het bijna onveranderd wilde behouden hebben. Als wij de beide ontwerpen, dat van 1583 en dat van 1591, vergelijken, zien wij dan ook dat zij slechts weinig van elkander verschillen !).

De kerkewet van Oldenbarnevelt berust op een transactie tusschen de eischen der Kerk en die van den Staat. De beroeping van predikanten, ouderlingen en diakenen staat aan een commissie van vier wereldlijken, door de stadsregeering aan te wijzen, en van vier kerkeraadsleden, natuurlijk onder nadere approbatie van de overheid. De vergaderingen van den kerkeraad, van de classis, van de provinciale synode zijn geoorloofd, mits er alleen kerkelijke zaken behandeld worden; van een nationale synode wordt niet gesproken, zij kwam in het aangenomen stelsel ook niet te pas. Van den beroepen leeraar zal geen onderteekening van formulieren gevergd worden, maar hij moet verklaren, dat hij de Bijbelleer, sommierlijk vervat in den catechismus, zuiver zal ver-

1) De kerkorde, in 1583 ontworpen, is het eerst aan het licht gebracht door prof. H. J. Royaards, in het Neder], Archief voor kerk. gesch. III, blz. 336. Die van 1591 is te vinden onder anderen bij Bor, III, blz. 557. — Vgl. de Verhooren van Oldenbarnevelt, blz. 191.

Sluiten