Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ducht waren zij voor het vermeerderen der scheurkerken, zoo angstvallig zochten zij het onvereenigbare bijeen te houden. Om die uitwendige eenheid is het hun in de eerste plaats te doen; zij hopen dat de eenigheid van gevoelen dan later wel vanzelf zal komen. Hoe deerlijk hebben zij zich bedrogen! Door den oneenigen het uiteengaan te beletten, hebben zij den wederzijdschen haat aanhoudend versterkt, totdat die ten laatste in 1618 met onbedwingbare hevigheid is uitgebarsten, toen de zwakkere partij in de Kerk door de sterkere niet slechts uitgestooten, maar ter neer geworpen en vertreden is.

Eén leerstuk staat bij bijna alle kerkgeschillen van dezen tijd op den voorgrond, het leerstuk der voorbeschikking. Een hoogst gewichtig stuk voorwaar, een waardiger onderwerp van geschil dan de transsubstantiatie, waarover de Duitsche protestanten zoo hevig getwist hebben. Maar hoe zullen nadenkende Christenen het er ooit over eens worden? Het hangt vooral van ieders bijzonder karakter af, of hij de zedelijke vrijheid van den mensch dan wel het albestuur van God het diepst gevoelt; geen Christen toch, die een van beide geloofsartikelen ontkennen kan: de remonstranten en contraremonstranten verschillen slechts in de verhouding, waarin zij ze vereenigen en in overeenstemming brengen. De libertijnen, en dus de meerderheid der Hollandsche regenten, gevoelden hun vrijen wil het sterkst, en dachten zich daarom den invloed van Gods albestuur op de daden der menschen niet onwederstaanbaar. De gemeente gevoelde zich vooral door Gods geest gedreven, en achtte haar wilskracht geringer. Geen van beide partijen dreef haar opvatting tot die uiterste gevolgen, die de tegenpartij haar toedichtte. De voorstanders van den vrijen wil hielden niet op aan Gods voorzienigheid te gelooven. De predikers der voorbeschikking leerden geen fatalisme. Slechts zelden lieten zij het Mohammedaansche „God heeft het gewild" ter verontschuldiging van hun zonden hooren. Maar uit hun geloof putten zij een onwankelbaar vertrouwen op de goddelijkheid van hun zaak. Zij gevoelden zich de uitverkorenen, die dagelijks in velen konden struikelen, maar die toch den eenigen weg ten leven bewandelden. De leer der remonstranten was geschikt voor menschen, die zich van hun wil en zijn bewegingen rekenschap pogen te geven; de leer der contraremonstranten paste aan de menigte, die haar wil bepaald gevoelt, zonder zich bewust te zijn door welke redenen hij geleid wordt.

De verschillende richtingen, die zich gedurende ons tijdvak in

Sluiten