Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over een Spaanschen grande te veinzen, kwam vanzelf jegens den neef des Konings, den broeder des Keizers. De bij zoovelen verafschuwde en geduchte Fuentes en Ibarra verlieten het land en keerden naar Madrid terug. Men zag in hun verwijdering het voorteeken van een meer nationaal bestuur.

De nieuwe landvoogd begon zijn regeering met dezelfde hopelooze vredesvoorstellen als zijn voorgangers, en met den zelfden uitslag *). Maar hij besefte reeds van tevoren, dat de vrede slechts door een voorspoedig oorlogvoeren te winnen was, en hij maakte terstond de noodige toebereidselen tot den aanstaanden veldtocht. Het kwam hem te stade, dat een krijgsman als Fuentes hem was voorgegaan; het leger was goed in orde, de krijgstucht tamelijk gehandhaafd, de geest der soldaten hoog gestemd door de overwinningen van het afgeloopen jaar. Hij zelf bracht nog vierduizend man van het leger, dat in Franche Comté gestaan had, met zich 2), en, hetgeen nog noodiger was dan manschap, een aanzienlijke som gelds. Doch het ontbrak hem aan goede veldheeren: Mondragon en Verdugo waren beiden juist gestorven, en Fuentes, de eenige goede veldheer, dien Spanje had overgehouden, vertrok 3). De landvoogd moest, bij gebrek aan Spanjaarden, een vreemdeling aan het hoofd zijns legers stellen, Savigny, heer van Rosne, een Fransch edelman en ijverig Liguist, die, nu de Ligue teniet was geloopen, in Spaanschen dienst den gehaten Hendrik van Navarre kwam bestrijden. De keus was gelukkig; Rosne betoonde zich een degelijk veldheer, trouw aan Philips als ware hij diens onderdaan , en hij verwierf zich ook bij de Spanjaarden een achting zooals geen ander vreemdeling.

Terwijl Albrecht den langen weg naar Nederland aflegde, en te Brussel het bewind aanvaardde, was Hendrik IV nog steeds voor La Fère gelegerd. Wij zagen vroeger hoe hij, te laat gekomen om Kamerijk te ontzetten, voor die kleine maar sterke vesting, indertijd door de Liguisten aan de Spanjaarden tot wapenplaats ingeruimd en sedert den voorpost van dezen in Frankrijk, het beleg had geslagen. De belegering viel den ridderlijken Koning zwaar; boven de vermoeienissen van het langwijlige beleg zou hij het gevaar van een ongelijken veldslag verre verkozen hebben. Gebrek aan grof geschut en aan allerlei belegeringstuig noodzaakte

1) Haraeus, p. 514.

2) Coloma, p. 365. — Haraeus, p. 5t3.

3) Ook Franc. Soranzo zegt: „Ha gran mancamento il re di soggetti per capitani per condurre eserciti e per guidar imprese grandi." p. 131.

Sluiten