Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Don Antonio op de kroon van Portugal aan. Don Antonio gaf hoog op van de liefde der Portugeesche natie voor zijn persoon en voor zijn zaak. Als hij, aan het hoofd van een klein geregeld leger, in haar midden verscheen, zonden hem aanstonds, zooverzekerde hij, vrijwilligers in menigte toestroomen. Op die verzekering vertrouwende, stelde hem Elisabeth, in 1589, zes schepen, goed toegerust en bemand, ten dienst, en zij bezorgde hem bovendien nog eenige ondersteuning van de Staten; wat er tekortschoot voegde de ondernemingszucht van Engelsche particulieren erbij : alles te zamen kreeg de pretendent over honderd en twintig vaartuigen, met zesduizend man, onder Norris als veldheer en Drake als Admiraal te beschikken. De aanslag, dien hij met die macht op Lissabon waagde, begon voorspoedig genoeg. Waren zijn onderhoorigen allen eendrachtig te werk gegaan, misschien zou de uitslag bevredigend zijn geweest: het Portugeesche volk, afkeerig van de Spaansche overheersching, toonde zich den pretendent niet ongenegen, en wachtte maar op een beslissend voordeel om zich in menigte voor hem te verklaren. Albrecht van Oostenrijk, die toen onderkoning van Portugal was, liep in zijn hoofdstad persoonlijk gevaar. Maar den avonturiers, die het gros van Don Antonio's leger uitmaakten, was het minder om hem op den troon te plaatsen, dan om buit voor zichzelf te doen. Zij zorgde wel, dat zij die overvloedig behaalden, maar vervreemdden zoodoende het volk, welks medewerking zij behoefden, van hun onderneming; eerlang moesten zij zich onverrichter zake weer inschepen, en naar huis keeren. Don Antonio raakte door zijn mislukte poging in minachting. De Spanjaard mocht zich beroemen overwinnaar gebleven, en in zijn heerschappij over Portugal bevestigd te zijn. De Engelschen daarentegen, door den kwaden uitslag dezer eerste onderneming afgeschrikt, bepaalden zich weer gedurende eenige jaren tot de kaapvaart, die zekerder winsten aanbood. De West-Indische bezittingen en de zilvervloten, die haar kostbaarheden naar Spanje voerden, bleven onophoudelijk ten doel staan aan de aanslagen der Engelsche zeelieden, die, half koopman half vrijbuiter, onder toelating der regeering, voor eigen rekening zoowel kaapvaart als handel dreven. Mannen van ongemeene verdiensten, van fijne beschaving zelfs, die zich een plaats in de geschiedenis verworven hebben, Drake, Raleigh, Hawkins, Fosbisher, schaamden zich niet op hun ontdekkingstochten zulken zeeroof te plegen. De Spanjaarden leden daardoor ontzaglijke schade; de onveiligheid van den Oceaan maakte de geregelde vaart der zilvervloten onmogelijk, en

Sluiten