Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen '). — Zoo bleef Philips de Kerk, die hij zijn liefde geschonken had, tot in den dood getrouw. Hoe wij ook over hem en over zijn Kerk mogen oordeelen, wij kannen een zoo beproefde, een zoo onwankelbare trouw aan wat hij het hoogste achtte, niet dan eerbiedigen.

De wereld begreep hem niet, en geloofde niet aan zijn oprechtheid. ]Sij hield zich overtuigd, dat hij slechts in schijn, en hoogstens voor een tijd, van een zoo aanzienlijk deel zijner rijken afstand deed. Zij vermoedde, dat hij de zekerheid bezat, dat de echt van Albrecht en Isabella kinderloos moest blijven, en dat derhalve, na hun overlijden, de afgezonderde gewesten, wellicht gedurende de afzondering met de noordelijke provinciën hereenigd, tot de Spaansche monarchie terug zouden keeren.

Dit vermoeden is reeds spoedig opgekomen en verbreid. Een jaar na den afstand hoorde onze gezant Aerssens het al uit den mond van Hendrik IV, die hem verzekerde het van Albrecht's biechtvader zelf te weten 2). De Yenetiaansche ambassadeur Soranzo had het terzelfder tijd te Madrid hooren vertellen 3). Iets later spreekt Jeannin ervan, als van een waarschijnlijke zaak 4). En na den dood van Albrecht en Isabella bevestigde de markies dAytona, hun petekind, de waarheid van het gerucht aan den hertog van Orleans, den broeder van Lodewijk XIII 5). Zooveel getuigen, zou men meenen, stellen de zaak buiten twijfel. Maar mij overtuigen zij toch geenszins. Immers zij spreken elkander in de bijzonderheden tegen. Terwijl sommigen het lichaamsgebrek, waaróp zij doelen, aan Albrecht toeschrijven, schrijven anderen het weer toe aan Isabella. Maar wij weten, dat Albrecht niet van den beginne af tot echtgenoot der Infante bestemd was, en dat hij niet om eene reden als deze ten laatste gekozen kan zijn. Indien Philips verzekerd ware geweest, dat zijn dochter kinderloos moest sterven, zou hij zich ook niet zoo beijverd hebben om haar de kroon

1) Khevenhiller, V, S. 2029.

2) Buzanval, p. 190. — Hetzelfde had Hendrik IV aan den Engelschen gezant Neville verhaald. Zie Winwood-Papers, I, p. 26.

3) Relaz. p. 169: «L'Infanta vive non molto contenta.... con poca speranza di prole, le quale alcuni vogliono che nasca da nna particolar indisposizione di sua altezza, altri da poca abilita che vi tine il signor arciduca.»

4) Négoc. p. 211: «J'ai même appris, que le feu roi d'Espagne n'etit jamais donné lesdits pays a sa fille, s'il n'eut se qu'elle étoit incapable d'avoir enfans.»

5) Zie een aanteekening van Amelot de la Houssaye op den 1638ten brief van den kard. d'Ossat. — De markies d'Aytona is de, onder den naam van Don Francisco de Moncada, beroemde geschiedschrijver.

Sluiten