Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgevoerd. Daartoe heeft ook bijgedragen, dat de oogsten gedurende de jaren 1795—1802 bijzonder ruim waren, terwijl de runderpest geen verwoestingen aanrichtte onder den veestapel '). Toch was, als van ouds, de graanoogst voor de consumtie in ons land onvoldoende, vooral daar voor verschillende takken van industrie groote hoeveelheden benoodigd waren : Dr. Keuchenius schatte de hoeveelheid, vereischt voor de branderijen, de brouwerijen, de azijn-, stijfsel- en poeiermakerijen op 80000 last 's jaars, Mr. Meteier kamp op 94000, zoodat meer dan 800 schepen van 25 tot 100 last uit het Noorden het ontbrekende aanvulden.

Over het volkomen gemis aan economische kennis bij onze toenmalige volksrepresentanten is herhaaldelijk geklaagd: ook bij de betaling van het ingevoerde koren zou dat gemis blijken. De uitvoer van geld was verboden, maar hoe de ingevoerde tarwe te betalen? Onze uitvoer naar het Noorden compenseerde den invoer niet van de ƒ1.200.000 aan tarwe, die van den 14en Aug. 1795 tot den 13en Juli 1796 alleen te Amsterdam ontvangen was :), terwijl men rekende, dat de gansche Republiek tweemaal die som te betalen had. Bij een onderzoek, of die invoer van granen niet kon plaats hebben, zonder een dadelijken uitvoer van specie, was de volstrekte onmogelijkheid daarvan gebleken. „Ja, eens mogelijk gesteld, dan zou zulks den reeds nadeeligen wisselkoers nog meer doen steigeren, ja, wellicht tot zulk een hoogte, dat zij werkelijk allen invoer van granen moest beletten, en gelijk zou staan met een volstrekt verbod van invoer dier hoogstnoodzakelijke behoefte" ').

Weigeren was hier niet mogelijk en zoo werd uitvoer van geld toegestaan, inits onder waarborg, dat het niet diende ter betaling van andere zaken.

R. J. Schimmelpenninck verdedigde bij een andere gelegenheid een volkomen vrijheid op dat punt1), een verbod van specie- en metaaluitvoer gelijk staande met een „decreet, hetwelk onzen koophandel in effecte tot aan den vrede zoude adjourneeren!" 4) Te vergeefs.

') Dr. W. M. Keuchenius, Nat. Balans, pag. 25.

s) Wagenaar, XXXVII, pag. 23.

») W., XXXVII, pag. 21. «) W , XXXVII, pag. 29.

') G. Schimmelpenninck, pag. 135.

Sluiten