Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De waarde van den in- en uitvoer bedroeg

van den invoer van den uitvoer

In 1826 in Nederland en België f 145.638.352; f 92 669.720;

* 1827 „ „ „ 153.638.132; „ 95.856.793;

• 1839 „ „ ... „ 197.935.500; „ 143.696.000; „ 1840 „ „ ... „ 193.114.500; „149.478.500; d 1846 „ „ ... „255.544.644: „210.352.634; „ 1847 „ „ ... „260.721.037; „209.037.026.

Uit de laatste cijfers is ontegenzeggelijk de conclusie te trekken, dat het handelsverkeer voortdurend is toegenomen. Intusschen houde men in het oog, dat de waarde der goederen het eene jaar met het andere zeer kan verschillen en dat de herleiding der goederen, bij de maat, het gewicht en het getal aangegeven, tot de aangenomen waarde daarvan , niet altijd de juiste waarde aangeeft, die de goederen op de markt hebben. „Die herleiding", wordt in het voorbericht van de handelsstatistiek voor 1846 gezegd, „kan uit den aard der zaak slechts approximatief zijn".

De nijverheid.

Thans een woord over de nijverheid, die vooral sedert onze afscheiding van België opgekomen is. Yan hoe weinig beteekenis ze van 1814—1830 in het Noorden was, bleek vooral op de tentoonstellingen te Gent en te Haarlem, in 1820 en 1825.

Toch werd in het laatste jaar met genoegen opgemerkt, dat niet slechts de oudere takken der vaderlandsche nijverheid als linnen, laken, kanten, tapijten, enz. met vernieuwde kracht hun alouden roem trachtten te herwinnen, maar dat ook geheel nieuwe takken waren ontstaan, b.v. de ijzerindustrie, de machinebouw, de katoenfabricage, de machinale weverij, de katoendrukkerij, enz.

Na 1830 heeft de nijverheid, zoowel de nieuw opgekomene als de reeds vroeger gevestigde, zware dagen beleefd ook door de toepassing van den stoom , waardoor zij, die weigerden zich aan die „nieuwigheid" te onderwerpen, en ze waren talrjjk, den hopeloozen strijd tegen den vooruitgang moesten opgeven.

Later, in 1842, stonden tal van raffinaderijen stil, doch het schjjnt, dat de enkele, die daarna verrezen, op groote schaal

Sluiten