Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het, dat de Volksvertegenwoordiging geen buitengewone belasting wilde, waardoor ieder kon genoodzaakt worden, zijn financieelen toestand bloot te leggen.

Zoo werd in 1844 de vrijwillige leening uitgeschreven, die bijna volteekend werd. Het eene millioen, dat er aan ontbrak, werd door de verhoogde bijdrage van Willem II gevonden.

Nu konden de vroegere 5 en 4'/. pct's leeningen geconverteerd worden in een 4 pct's schuld.

Van het jaar 1844 dagteekenen orde en regelmaat in onze financiën, terwijl de meer dan ƒ700 millioen, aan Java ontnomen, de gelegenheid opende, niet alleen om onze schulden te verminderen maar bovendien om terzelfder tijd ons land met een uitgebreid spoorwegnet te bedekken.

Assurantie.

Vooral van 1840—1850 heeft het assurantiewezen zich mogen verheugen in een grooten bloei, vooral ook door den uitgebreiden kolonialen handel.

Alleen toch de verzekering der gouvernementsproducten heeft in de jaren 1839—1848 aan de assuradeurs een winst bezorgd van ƒ4.715.902.79.

Die gunstige resultaten waren in de eerste plaats te danken aan de hooge premies; verder aan de zorgvuldige uitrusting der schepen, wat mogelijk was door de hooge vrachten en ten derde, wijl men in die dagen zich er nog niet op toelegde den duur der reis te bekorten, door veel zeil bij te zetten.

Dat de schepen bijzonder gelukkig voeren, blijkt uit het verslag van den president der N. H. M. over 1834, waarin geconstateerd werd, dat van de 86 uitgezeilde schepen slechts één verloren gegaan was, zoodat van de door de Maatschappij betaalde ƒ627.123.99 slechts een klein bedrag wegens schade uitgekeerd moest worden. In 1839 werd daarom besloten, op iedere lading voor gouvernementsrisico een deel onverzekerd te laten. Dat deel bedroeg:

van 1839—1845 ƒ 40000.

„ 1845—1847 „ 50000.

1848 „ 60000.

later „ 100000 en meer.

Sluiten