Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een gelukkige vangst werden groote sommen verdiend. In één seizoen besomde een buis soms ƒ 10000 buiten de premie. Die voorspoed duurde tot 1817, waarop eenige ongunstige jaren volgden. In 1821 was de vangst weer zeer rijk, maar de prijzen bleven laag ten gevolge van de concurrentie van den Schotschen haring.

Nu kwamen de voornaamste reeders in 1822 overeen , vóór 15 October geen haring beneden ƒ17.— per ton te verkoopen, terwijl de prijs het vorige jaar slechts ƒ 10.— bedroeg. Later heeft de in 1824 opgerichte „Amsterdamsclie haringreederij" hetzelfde doel trachten te bereiken. In 1828 n.1. diende de jonge vereeniging een petitie in bij den Koning, waarin verzocht werd, vrijheid voor elke buis, om gedurende de geheele teelt, haring in elkanders vaartuig over te laden, gedwongen toetreding van alle reeders tot een groote vereeniging, welker bestuur ten allen tijde den minimumprijs van haring zou bepalen, en tevens de te verkoopen hoeveelheden.

Men moet zich verwonderen over het stellen van de beide laatste eischen: in 1823 toch, toen krachtens het besluit der voornaamste reeders de prijs op ƒ17.— bepaald was, bleef een hoeveelheid van niet minder dan 300 last onverkocht, die later, vóór de teelt van 1824, gemiddeld tegen 8 gulden moest van de hand gedaan worden.

Inderdaad trad de „Vereeniging der zoutharingreederijen" in 't leven, waartoe ieder reeder moest toetreden.

Geen spoor van vrijheid was er meer in het heele bedrijf te vinden. De visscher was — trouwens reeds voorheen — tot een werktuig verlaagd; hem was voorgeschreven met welke schepen en welke netten, op welk tijdstip, hoe en waar hij moest visschen; hoe hij zijn haring behandelen moest, wanneer en in welke schepen hij hem moest aanvoeren. Kennis van zijn i bedrijf, ijver om het te verbeteren, was voor hem niet alleen onnoodig, maar zelfs gevaarlijk, want elke poging tot het invoeren van de geringste nieuwigheid zou hem aan zware boeten hebben blootgesteld. Om als haringreeder op te treden, behoefde men eigenlijk reeds sedert lang niets anders meer dan kennis van de wetten en de reglementen" ').

') Beaujon, Ned zeevisscherijen, pag. 248.

Sluiten