Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noteerd, op wissels was geen geld te bekomen, goederen waren nauwelijks verkoopbaar, de verslagenheid was algemeen.

Ook in Zweden en in Rusland deed zich de crisis ernstig gevoelen. In ons land, waar in 1854 reeds een partieele crisis in koloniale waren had plaats gehad, waardoor alleen te Amsterdam 14 huizen ten val gebracht werden, leed men in 1857 eveneens verliezen, grooter dan ooit te voren, door de wanbetaling van zoovele, vroeger uiterst solide huizen; maar vooral door de meesterlijke wijze, waarop de Ned. Bank zich in die moeiljjke dagen van haar taak gekweten heeft, is. wat staande verdiende te blijven, staan gebleven.

In den goederenhandel is wel nooit een crisis voorgekomen, die zoo uitgebreid en zoo hevig was, verklaart Piersonvan deze calamiteit.

Een tweede crisis in het tijdvak van 1850 tot 1872 is die van 1866 in Engeland, waarbij ons land slechts weinig betrokken geweest is.

„Wel werden zware verliezen geleden, ten gevolge van de daling, die in alle koloniale producten plaats greep; wel wachtten velen vruchteloos op remises uit Duitschland. die niet kwamen, omdat zij niet gezonden werden, en niet gezonden werden, omdat de debiteur in het leger was, of zjjn betalingen had gestaakt, of de goederen, die hij had ingekocht, niet aan den man wist te brengen, maar faillissementen van veel belang hebben noch te Amsterdam noch te Rotterdam plaats gehad" ')

In Engeland was de nawerking der crisis van 1857 nauwelijks verdwenen, of de Secessie-oorlog brak uit, waardoor Engeland de toevoer afgesneden werd van grondstof voor een der belangrijkste takken van industrie.

Iii Maart 1866 had een sterke aanvoer van katoen plaats, terwijl de kortstondige rijzing van dat artikel door een nog snellere waardevermindering gevolgd werd.

Bovendien bleek het meer en meer, dat, wegens het onvoldoende van den oogst, groote hoeveelheden graan uit het buitenland ontboden waren, waarvoor wellicht remises van

') Pierson, Economist 1867, pag. 67.

Sluiten