Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verslag der Kamer van Tilburg over 1895 is heel wat opgewekter, ofschoon ook daar denkbeelden als die, welke geuit werden door Eindhoven, Yenlo e. a., niet vreemd zjjn.

Na 1891 is de toestand der nijverheid te Tilburg gunstiger geworden; vandaar de opgewekte toon van het zelfvertrouwen, terwjjl anders van den Staat alle heil wordt verwacht.

De leerindustrie in de Langstraat heeft in de laatste jaren met tal van moeilijkheden te kampen, terwijl ook te Schiedam de industrieele hemel niet onbewolkt is. De hoeveelheden gedistilleerd, in de branderijen geproduceerd, gaan niet vooruit. In 1890 en 1891 werden respectievelijk 679.788 HL. en 700.728 HL. k 50°/0 gefabriceerd, in 1896 675.200 HL.').

Belangrijk is nog onze suikerindustrie, vooral die van beetwortels. Te Zevenbergen werd in 1858 de eerste beetwortel-suikerfabriek opgericht, in 1860 een te Oudenbosch en te Halfweg, daarna vele in 1864 en later, zoodat erin 1870 29 bestonden.

In de jaren 1898/99 werd door 31 fabrieken niet minder dan 149.764.000 K.G. geproduceerd, terwijl in 1898 de 8 suikerraffinaderijen 198.000.000 K.G. beetwortelsuiker raffineerden *).

Eèn nieuwe tak van nijverheid is de margarinefabricage, die, op zich zelf hoogst nuttig, verderfeljjk geweest is voor onzen boterhandel. Velen toch onthielden zich niet, hun natuurmet kunstboter te vermengen, wat ten gevolge had het verminderen van den afzet van onze natuurboter in het buitenland.

Hiertoe heeft ook meegewerkt de achterljjkheid van onzen boerenstand, die vooral in de bloeiende jaren van den landbouw van geen betere procédés weten wilde.

In den laatsten tijd is er verbetering merkbaar: de roomboterfabrieken nemen toe, zoodat, wanneer de rcgcering de inmiddels tot stand gekomen wet tegen bedrog en vervalsching slechts streng uitvoert, de toestand met vertrouwen tegemoet gezien kan worden.

In 1869 vond Mégé-Mouriez te Yincennes een procédé uit voor de bereiding van kunstboter als surrogaat voor natuurboter; het geheim werd in 18f5l door den heer Anton Jurgens

l) Jaarcijfers, 1896, pag. 126. *) Jaarcijfers, 1896, pag. 127.

Sluiten