Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

venhage, den 31 October 1854, daarbij zijn voornemen kenbaar makende, om eerlang de terugreis naar Nederlandsch Indië te aanvaarden, tot welk einde hij bereids over eene scheepsgelegenheid in onderhandeling is getreden; met verzoek om hem, tot regeling zijner zaken, al dadelijk te doen stellen in het genot van zijn verlofstraktement tot ultimo Oktober 18541 zoomede van het gebruikelijke voorschot op hetzelve, ten beloope van vier maanden.

Gelet op enz.

Heeft goedgevonden:

i°. aan den rekestrant, bij extrakt dezer, te kennen te geven : dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij te Amsterdam, tengevolge van zijnen aanstaanden terugkeer naar Oost-Indië, wordt gemagtigd om zijn verlofstraktement ad ƒ 2700.— 's jaars, nu reeds tot en met den laatsten Februarij 1855 (met inbegrip van vier maanden voorschot) aan hem betaalbaar te stellen, onder inhouding van 2°/q als bijdrage ten behoeve der burgerlijke pensicenen — en van 8% wegens kontributie voor het Civiele Weduwen- en Weezenfonds in Nederlandsch Indië, zoomede onder korting, overeenkomstig de beschikking van 7 Oktober 1854 Lt. A. No. 27, der som van ƒ 360.—, waarmede hij door de Algemeene Rekenkamer in Nederlandsch-Indië, bij besluit van 7 September 1852 No. 82, als gewezen Sekretaris van Menado, is belast geworden.

2°. Enz-

De Minister voornoemd 1) (w. g.) Pahud.

Aan den Heer E. Douwes Dekker.

Oost-Indisch ambtenaar,

met verlof te 's-Gravenhage.

1) La N. H. M. fut avisée de cette décision par la lettre suivante:

Lett. A. No. 2.

's-Gravenhage, 8 November 1854.

De Oost-Indische ambtenaar met verlof E. Douwes Dekker, voornemens zijnde om eerlang de terugreis naar Nederlandsch-Indië te ondernemen, heb ik de eer der Maatschappij te verzoeken om diens verlofstraktement, groot

Sluiten