Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem wel te willen doen uitbetalen een voorschot van twee Duizend gulden of het vermoedelijk bedrag van vier maanden activiteitstraetement bij wederplaatsing in Nederlandsch Indië; terug te betalen door inhoudingen op des adressants eerst te verdienen inkomsten aldaar;

Denzelven voorts door de noodige mededeeling aan het Departement van Buitenlandsche zaken, in de gelegenheid te stellen zich aan dat Departement van eene pas voor de overland reize naar Nederlandsch-Indië te voorzien.

(w. g.) Douwes Dekker.

's-Gravenhage 21 Maart 1855.

No- '9- Afschrift.

Ministerie van Koloniën.

's-Gravenhage, den 24 Maart 1855.

Lett. A. No. 11.

De Minister van Koloniën, Gelezen hebbende een rekest van den Oost-indischen ambtenaar E. Douwes Dekker, laatstelijk adsistent-resident, tevens magistraat te Amboina, thans zonder verlof hier te lande aanwezig, in dato s-Gravenhage, den 21 Maart 185 5» strekkende ter erlanging van een

kwam te overlijden, of wel uit zijne betrekking dan wel uit 's lands dienst mogt ontslagen worden of daarin mogt worden geschorst voor dat gemeld voorschot mogt zijn aangezuiverd, als dan dadelijk bij de eerste minnelijke aanvraag het geheel, of dat gedeelte van het voorschot dat hij als dan bevonden mogt worden aan den lande schuldig te zijn, in zijne plaats geheel te zullen afbetalen.

Doende wij bij dezen verder afstand van schuldsplitsing en van alle andere beneficiën van regten welke hieraan en aan de wettigheid van dezen onderhandschen borgtogt zouden kunnen derogeren, terwijl wij ter nakoming van het voorschrevene onze persoon en goederen verbinden als naar de wet.

Aldus opgemaakt en onderteekend te Amsterdam, Maart 1835.

(£e'0 R* Zellner, goed voor twee duizend gulden, (get.) Coorengel.

N.B. Ce Coorengel est vraisemblablement le même fonctionnaire qui en 1839 fit admettre Dekker comme écrivain k la Cour des Comptes de Batavia.

Sluiten