Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 29. Afschrift.

Rotterdam, den 23 April 1855.

In beleefd antwoord op UHEG. geëerde missive van 21 dezer, Lett. A No. 343, hebben wij de eer te dienen, dat de Heer E. Douwes Dekker zich bij ons heeft geadresseerd om passage pr. het schip „India", kapitein R. I. Rijken, en dat wij werkelijk daarin met ZEd. zijn overeengekomen.

Onder behugmg van hoogachting hebben wij de eer te zijn

UHEdG. DW. Dienaren (w. g.) A. v. Hoboken en Zonen.

Den HoogEdelGestrengen Heer Secretaris Generaal bij het Ministerie van Koloniën, 's-Gravenhage.

No. 30. Afschrift.

Ministerie van Koloniën.

Lett. A No. 3/277.

's-Gravenhage, den 24 April 1855.

De Minister van Koloniën,

Gelezen enz.

Heeft goedgevonden:

i°. aan den Oost Indischen ambtenaar E. Douwes Dekker, bij extract dezer te kennen te geven, dat naar aanleiding van zijn adres van den ióApril j.1., uit aanmerking van de daar bij omschreven bijzondere omstandigheden waarin hij verkeert, en in de verwachting dat met zijne terugkeer naar Indië niet langer zal worden gedraald, door den Koning machtiging is verleend om hem, onder de bij dat adres aangeboden borgstelling, te verleenen een voorschot ten bedrage van ƒ 2000;

dat Zijne Majesteit die magtiging thans verleend hebbende, de Ned. Handel Mij wordt uitgenoodigd om hem het gemeld bedrag, zoodra mogelijk uittebetalen; 1)

l) La N. H. M. fut aviséc par la lettre suivante:

Sluiten