Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als zij er niet in slagen Hem ten onder te brengen en de Meester zegeviert, dan ga ik mij voor Zijne voeten werpen, want Hij is goed en zal mij vergeven. Ik geloof dat ik wijs en voorzichtig handel. Dit plan is goed bedacht. Judas, gij zijt een voorzichtig man. Ik ben nu wel een weinig bang om voor Hem te verschijnen. Zijn doordringende blik zal mijn ziel doorboren en alles op mijn gelaat kunnen lezen en zien dat ik een verrader ben. Neen, een verrader wil ik niet zijn. Maar als ik den priesters zeg, waar de Meester te vinden is, is dat dan verraad? Welneen, tot verraad is meer noodig*. Weg- met die grillen, moed Judas! Gij hebt nu voor uwe toekomst te zorgen.

Judas besluit Jezus te gaan opzoeken en vertrekt.

Verplaatsen wij ons nu in de eerste straat van Jeruzalem.

Petrus en Joannes, die vooruit zijn gezonden, komen daar aan.

Al dadelijk zien zij een man met een waterkruik bij een bron.

Zijn naam is Baruch.

Baruch. Het is vandaag druk. Bij dit Paaschfeest zal ik niet behoeven stil te zitten, er komen buitengewoon veel vreemdelingen naar de stad. Het schijnt dat mijn meester ook op vele gasten rekent, daar hij alles in huis zoo gereed hebben wil. (Hij schept water.)

Joannes. Zie een jongeling met een kruik!

Petrus. Die is het. Hij draagt een waterkruik, zooals de Meester ons als een teeken aangaf.

Joannes (tot den knecht). Wij wenschen gaarne uwen meester te spreken.

De knecht. Daar komt hij juist aan.

De Meester. Welkom vreemdelingen, waarmede kan ik u dienen?

3

Sluiten