Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Caiphas. Hij heeft God gelasterd! Wat hebben wij nog getuigen noodig. Gij hebt allen de lastertaal gehoord! Wat zegt gij?

Allen. Hij is des doods schuldig.

Caïphas. Gij zijt alzoo met alle stemmen ter dood veroordeeld. Maar niet ik, niet de Hooge Raad, maar de Goddelijke wet zelf spreekt het doodvonnis over u uit. Gij wetgever, ik verzoek u hierop te antwoorden. Wat zegt de heilige wet, van hem die de door God aangestelde overheid ongehoorzaam is.

1° Wetgever (Deze leest uit het wetboek). » Die hoovaardig is en het gebod der priesters niet wil gehoorzamen, die mensch zal sterven en gij zult dat kwaad uit Israël uitroeien".

Caïphas. Wat zegt de wet over hen die den Sabbath schenden,

2'' Wetgever (leest uit het wetboek). »Houdt mijn Sabbath, want hij moet u heilig zijn. Die den Sabbath ontheiligt, moet sterven. Die op dien dag werkt, die moet uit het volk verdreven worden".

Caïphas. En hoe straft de wet den Godslasteraar?

Nathanaël (leest voor). »Zeg aan de kinderen Israëls, een mensch die zijn God vervloekt, zal zijn misdaad dragen en die den naam des Heeren lastert, zal den dood sterven. De gemeente zal hem steenigen, of hij een inboorling of een vreemdeling is".

Caïphas. Zoo is dan het vonnis over dezen Jezus, krachtens de wet uitgesproken en het zal zoo spoedig mogelijk voltrokken worden. Ik zal zoolang den veroordeelde doen bewaken. Voert hem weg. Bewaakt hem en brengt hem in den vroegen morgen in den Hoogen Raad.

Selpha. Kom Messias, wij zullen u uw paleis aanwijzen, daar zullen wij u hulde komen bewijzen.

(Zij voeren Jezus weg.)

Sluiten