Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een der beulen. Nu hoor je niet! Toon nu je macht, koning der joden!

Jezus had al dien tijd met het hoofd bewegenloos op de borst

gehangen, richt langzaam en pijnlijk het hoofd op en zegt:

Jezus. Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.

Een der moordenaars aan het kruis tot Jezus. Hoort gij, als gij de gezalfde zijt, zoo help u en ons van het kruis.

De andere moordenaar (deze antwoordt den eerste moordenaar als volgt). Ook gij vreest God niet, terwijl gij toch tot dezelfde straf veroordeeld zijt. Ons geschiedt recht, wij ontvangen de straf, die wij door onze misdaden hebben verdiend. Hij echter heeft niets kwaads gedaan.

Hierop keert hij zich tot Jezus en zegt:

Heer gedenk U mijner, wanneer Gij in uw rijk zult komen.

Jezus. Waarlijk ik zeg het u, nog heden zult gij met mi« in het Paradijs zijn.

Op dit oogenblik komen Maria en Joannes voor het kruis.

Caïphas. Hoort hij spreekt of hij de macht had over de poorten van het Paradijs.

Een priester. Zijn hoogmoed is nog niet verdwenen, terwijl hij hulpeloos aan het kruis hangt.

jezus (tot zijne Moeder terwijl hij ook Joannes aanziet.) VroUW, ziedaar uw Zoonï Zoon, ziedaar uwe Moeder!

Maria. Zoo zorgt Gij stervende nog voor uwe Moeder.

Joannes (zijn blikken op Jezus slaande). Uw laatste wil zal mij heilig zijn. (en zich tot Maria wendende) Gij mijne Moeder en ik uw zoon.

Jezus. Mij dorst.

De hoofdman. Hij lijdt dorst en vraagt te drinken.

Sluiten