Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een beul. Ik zal hem helpen.

Hij neemt een riet, steekt er een spons op, doopt die in azijn, giet ei alsem over en brengt de spons aan Jezus lippen. Deze raakt de spons echter niet aan en roept in doodsangst

Jezus. Elil Elil lamma sabaehthanil

(dat is) Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?

Een phariseër. Hoort, hij roept om Elias!

Caïphas. Nu wij zullen zien of Elias komen zal om hem weg te nemen.

jezus (heft zijn hoofd met veel moeite op en zegt).

|4et is i/olbraeht! Vader in uwe handen bei/eel ik mijnen geest.

Jezus hoofd zinkt langzaam op de borst, Hij sterft. De aarde schudt, het wordt donker, het licht sterk.

De priesters. Welke vreeselijke aardbeving! Hoort gij

het kraken der rotsen. Wee ons! Wee ons! De hoofdman. Waarlijk die man was rechtvaardig! De soldaten. De Godheid zelf getuigt voor Hem. De hoofdman. Zulk geduld bij het hevigste lijden, die edele kalmte, die laatste verzuchting met krachtige stem uitgesproken, alles teekent zijn Goddelijke afkomst. Waarlijk Hij was Gods Zoon!

Het volk. Komt laat ons gaan, laat ons op deze schrikkelijke plaats niet blijven. Spoeden wij ons naar huis. God zij ons genadig. Almachtige, wij hebben zwaar gezondigd!

Op dit oogenblik komt een tempeldienaar hard aangeloopen en zegt.

Tempeldienaar. Op dit oogenblik is er iets schrikkelijks in den tempel gebeurd. Ik beef over al mijn leden. Caïphas. Wat is er gebeurd?

De dienaar. Het voorhangsel in den tempel, dat het Heilige der Heilige afscheidde, is van een gescheurd. Het was of de aarde barstte.

Sluiten