Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn persoon voorzien naar de beginselen, omtrent de voogdij van eenen minderjarigen Koning, bij art. 31, 32 en 33 bepaald.

VIERDE AFDEED1NQ.

Van het Regentschap.

Art 36. Gedurende de minderjarigheid van den Koning wordt het koninklijk gezag waargenomen door een regent.

Art. 37. De regent wordt benoemd bij eene wet, die tevens de opvolging in het regentschap, tot 's Konings meerderjarigheid toe, kan regelen

Over het ontwerp dier wet nemen de Staten Generaal hun besluit in eene vereenigde zitting der beide Kamers.

De wet wordt, zoo mogelijk, nog bij het leven van den Koning, die een minderjarigen opvolger nalaat, gemaakt.

Art. 38. Het koninklijk gezag wordt mede waargenomen door een regent, in gevalle de Koning buiten staat geraakt de regering waar te nemen.

Wanneer aan den Raad van State, zamengesteld uit de leden, daarin gewone zitting hebbende, en de hoofden der ministeriële departementen, na een naauwkeurig onderzoek is gebleken, dat zulk een geval bestaat, roept hij de Staten Generaal, en wel de Tweede Kamer in dubbelen getale, onverwijld bijeen, om hun het bestaande geval voor te dragen.

Art. 39. De Staten Generaal de voordragt onderzocht, en er zich bij een besluit, in eene vereenigde zitting der beide Kamers genomen, mede vereenigd hebbende, wordt de ongeschiktheid van den Koning, om de regering waar te nemen, in den vorm eener wet verklaard.

Art. 40. Wanneer de Prins van Oranje alsdan zijn achttiende jaar heeft vervuld, is hij van regtswege regent.

Sluiten