Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of van de Tweede Kamer of van beide Kamers is gekozen, verklaart welke dier benoemingen hij aanneemt.

Art. 95. De hoofden der ministeriële departementen hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleen een raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn.

Zij geven aan de Kamers, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, de verlangde inlichtingen, waarvan het verleenen niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang van den Staat.

Zij kunnen door elke der Kamers worden uitgenoodigd om te dien einde ter vergadering tegenwoordig te zijn.

Art. 96. Beide Kamers hebben, zoowel ieder afzonderlijk als in vereenigde vergadering, het regt van onderzoek (enquête), te regelen door de wet.

Art. 97. Een lid van de Staten-Generaal kan niet tegelijk zijn lid of procureur-generaal van den Hoogen Raad. noch vicepresident of lid van den Raad van State, noch lid van de Rekenkamer. noch commissaris des Konings in eene provincie, noch geestelijke of bedienaar van de godsdienst, als zoodanig werkelijk dienst doende.

De wet regelt voor zooveel noodig de gevolgen van de vereeniging van het lidmaatschap van een der beide Kamers met andere dan de in het eerste lid uitgesloten, uit 's lands kas bezoldigde ambten.

Krijgslieden in werkelijke dienst, het lidmaatschap van eene der beide Kamers aanvaardende, zijn gedurende dat lidmaatschap van regtswege op non-activiteit. Ophoudende lid te zijn, keeren zij tot de werkelijke dienst terug.

Zij, die op of na den dag hunner verkiezing tot lid der Staten-Generaal een bezoldigd ambt aannemen, hun door of vanwege den Koning opgedragen en dat zij niet reeds tijdens hunne verkiezing vervulden, verliezen van regtswege het hun opgedragen lidmaatschap, maar zijn terstond herkiesbaar.

Art. 98. De leden der Staten-Generaal zijn niet geregtelijk

Sluiten