Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 93. Beide Kamers hebben, zoowel ieder afzonderlijk als in vereenigde vergadering, het recht van onderzoek (enquête), te regelen door de wet.

Art. 94. Een lid van de Staten-Generaal kan niet tegelijkertijd zijn vice-president of lid van den Raad van State, president, vicepresident of lid van of procureur-generaal of advocaat-generaal bij den Hoogen Raad, noch president of lid van de Algenieene Rekenkamer, noch Commissaris des Konings in eene provincie.

De wet kan bepalen, dat eenig ander ambt, bezoldigd uit de kas van het Rijk of van de koloniën, onvereenigbaar is met het lidmaatschap van eene der beide of van beide Kamers der StatenGeneraal.

De wet regelt voor zooveel noodig de gevolgen van de vereeniging van het lidmaatschap van eene der beide Kamers met ambten, bezoldigd uit de kas van het Rijk of van de koloniën, niet in het eerste of krachtens het tweede lid uitgesloten.

Krijgslieden in werkelijken dienst, het lidmaatschap van eene der beide Kamers aanvaardende, zijn gedurende dat lidmaatschap van rechtswege op non-activiteit Ophoudende lid te zijn, keeren zij tot den werkelijken dienst terug.

Zij die na hunne verkiezing tot lid van de Staten-Generaal een bezoldigd Staatambt, dat zij niet reeds tijdens die verkiezing vervulden, het ambt van minister uitgezonderd, aannemen, verliezen van rechtswege het lidmaatschap, maar zijn herkiesbaar.

Art. 95. De leden der Staten-Generaal en de ministers zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergadering der Staten-Generaal hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.

Art. 96. De leden stemmen zonder last van of ruggespraak met hen, die benoemen.

Art. 97. Elke Kamer beslist over de toelating harer nieuw inkomende leden, na onderzoek hunner geloofsbrieven. Kent de

Sluiten