Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol te houden, tracht men geleidelijk de bakens wat te verzetten. Dit moet echter met voorzichtigheid geschieden. Tot ergernis van velen zijn, zooals wij reeds gezien hebben, eenige katholieke sloopers zoo maar in 't gezicht van iedereen al aan 't werk geweest, wat dan ook wel eenige ongerustheid schijnt gewekt te hebben.

„Het is van groot belang, zei „De Tijd", waarschuwende tegen dat onvoorzichtig bespreken van den Bijbel, dat de van de oude opvattingen afwijkende waarheden langs den normalen weg tot de kennis van het christenvolk komen, nadat de vakgeleerden bewezen en uitgemaakt zullen hebben, dat de nieuwe opvatting stellige waarheid is" *).

Ja, en dan moet in 's Hemels naam het christenvolk, zoo als tot heden het geheel, maar weer gelooven de stellige waarheid, die er overblijft, tot tijd en wijle het er eindelijk toe komen zal, den heelen Bijbel te nemen voor wat hij is.

Omtrent de vrijheden, die men zich mag veroorloven in meeningen omtrent den Bijbel, heeft de speciaal daartoe benoemde pauselijke commissie een decreet uitgegeven betrekkelijk den aan Mozes toegeschreven Pentateuch; daarin komt o.a. voor: 4e. „Men mag ook aannemen, dat gedurende den loop der eeuwen de oorspronkelijke tekst wijzigingen heeft ondergaan: bijvoegsels na Mozes' dood door een geïnspireerden schrijver, inlasschingen van glossen of uitleg, omwerkingen van verouderde woorden en zinsneden, eindelijk ongerijmdheden van onkundige afschrijvers. De critiek moet, volgens eigen wetten, deze wijzigingen opzoeken en kenmerken!"

Nadat de profane geleerden dus duidelijk hebben bewezen, dat die boeken niet van Mozes konden afkomstig zijn, zoekt men zich op die wijze nog te redden, inplaats van ruiterlijk en volledig de eeuwenoude dwaling te erkennen: Inlasschingen van anderen, omwerkingen van woorden en zinnen en ongerijmdheden van onkundige afschrijvers.

En nu kan men zich in 't vervolg altijd redden. Al de dwaasheden, die er in voorkomen kunnen naar believen onder een dier rubrieken gebracht worden. En de Bijbel behelst geen fabelachtige verzinsels, zooals Pius IX terecht Ex Cathedra leerde; want, die er in voorkomen hooren er niet in thuis, het zijn maar inlasschingen van anderen, of ze zijn er ingebracht door onkundige afschrijvers.

Niet genoeg dus, dat God zijn openbaring veelal zoo treurig dubbelzinnig en onbegrijpelijk maakte, maar nadat zijn H. Geest zich toch de moeite gaf die orakeltaal te inspireeren, liet Hij ze ook weer onherroepelijk verknoeien. En nu moeten Paus en Kerk maar uitmaken, wat er aan verknoeid is? De onfeilbaarheid zal hun dan zeer goed te stade komen, want voldoende betrouwbare

') No. 17681.

Sluiten