Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En niet anderhalve, maar meer dan zes eeuwen hebben de heksenvervolgingen geduurd, en niet alleen in genoemde landen, maar in bijna de geheele katholieke wereld heeft de plaag gewoed. (In het schismatieke Oost-Europa niet, omdat die Kerk zich van Rome had gescheiden, voordat Onze Moeder de H. Kerk den heksenwaan voorgoed verbreid had).

Nergens wellicht hebben de arme heksen zoo vreeselijk te lijden gehad als in het bisschoppelijke vorstendom Wurzburg, juist toen de Jezuïetenorde bij den Prins-Bisschop almachtig was. In de jaren 1627 tot begin 1629, in ruim twee jaren, heeft te Wurzburg de brandstapel in negenentwintig maal 157 personen verteerd, waaronder vier knapen, wier leeftijd niet is aangegeven, tien jongens van 10—12 jaar, een meisje van 10 jaar, een van 15 jaar en een blind kind. Die kinderen zullen ook wel door den folter tot bekentenis zijn gebracht.

In Gerolzhofen bij Wurzburg werden in 1616 negen en negentig en in 1617 acht en tachtig mannen en vrouwen als toovenaars en heksen verbrand. De Prins-Bisschop gelastte eens, dat eiken Dinsdag, mits geen hooge feestdag zijnde, een zeker getal menschen moest worden verbrand. De reeds genoemde schrijver Binsfeld, bisschop van Trier, liet in zes jaar tijds uit ongeveer twintig gemeenten van de omstreken van Trier 3S0 menschen verbranden. In 1588 waren uit twee kleine plaatsjes meest alle vrouwen als heksen verbrand; wie aangeklaagd werd ontging daar zelden den dood. Geen wreede vijand, geen vreeselijke pest kon het land van Trier zoo verwoest hebben, — zegt een geschiedschrijver — als inquisitie en heksenvervolgingen destijds deden.

Duitschland heeft door den heksenwaan erger geleden dan andere landen, maar schier overal waar de Kerk machtig was, heerschte het treurige wangeloof en vielen talrijke offers. En waar het nu niet mogelijk is, die treurige geschiedenis voor de geloovigen te verbergen of te verbloemen, wat natuurlijk in de eerste plaats en doorgaans met veel succes geschiedt, tracht men, evenals bij kettervervolgingen, de verantwoordelijkheid van paus en Kerk te dekken met een beroep op de toen algemeen heerschende begrippen. Maar al zouden zelfs paus en Kerk niet zelf de voornaamste verbreiders ervan geweest zijn, dan mogen toch speciale Godsgezanten zich zeker niet beroepen op zulke heerschende wanbegrippen.

De Kerk onschuldig, terwijl adel en volk in de door die heksenvervolgingen geteisterde landen schier altijd slaafsch aan paus en Kerk waren onderworpen en geen andere geloofs- en zedeleer kenden dan de Roomsche! Ook heden nog verklaren paus en Kerk het als hun recht en plicht, in de burgerlijke wetgeving in te grijpen, als deze de grondslagen der christelijke leer aanrandt.

Sluiten