Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook geldt deze bepaling slechts, indien het tijdelijk ontslag voortvloeit uit den aard der werkzaamheden. Is dit ontslag een gevolg van iets anders b. v. van het afbranden of de verbouwing der werkplaats, dan moet de dienstbetrekking als geëindigd worden beschouwd.

En ten slotte wijzen wij er nog op, dat het geheel onverschillig is, waar men werkzaam of in dienstbetrekking was. f Iet kan zijn, dat men den arbeid verrichtte bij zich aan huis of elders, dat men in dienstbetrekking was in de plaats zijner inwoning of in eene andere gemeente. Zelfs bestaat de mogelijkheid, dat zij, die in grensplaatsen wonen, in dienst zijn bij een patroon over de grenzen, in het buitenland dus, zonder dat dit een beletsel is, om krachtens genoten inkomen kiezer te worden. Evenmin doet het er iets toe, in welke gemeenten men in het afgeloopen jaar mocht hebben gewoond. De wet toch vordert voor de loonkiezers alleen, dat zij over het laatstverloopen jaar een inkomen hebben genoten, als vereischt is voor de gemeente of het deel der gemeente, „waar zij wonen" d. i. waar zij iconen op 31 Jan., den laatsten dag, dat zij in dienstbetrekking moeten geweest zijn. Wie alzoo op 31 Jan, woont te Leiden, moet het voor die gemeente gevorderde inkomen hebben gehad, onverschillig, of hij in het verloopen jaar heeft gewoond in andere gemeenten, voor welke een hooger of lager bedrag is vereischt. In dit opzicht is de wet dus vrijgeviger voor de loonkiezers dan voor de huurkiezers, want deze laatsten moeten altijd sinds 1 Aug. in de gemeente hebben gewoond.

Ten aanzien van het inkomen merken wij allereerst op, dat dit niet behoeft te bestaan in een vast loon; het is voldoende, als het inkomen maar krachtens dienstbetrekking genoten is. Hieruit volgt, dat men bij zijn loon ook mag optellen, al wat men uithoofde der dienstbetrekking in geld van zijn patroon ontvangen heeft, zooals b.v. nieuwjaars- of voorjaarsfooien. Wat men echter als verval van anderen ontving, komt niet in aanmerking.

\ erder bevat de wet voor de berekening van het inkomen verschillende vrijgevige bepalingen, zooals uit het volgende blijkt.

Ontvangt men wegens ziekte of verwonding geen loon of slechts een gedeelte van zijn loon, dan wordt toch geacht, dat men gedurende dien tijd zijn volle loon genoten heeft, doch niet langer dan voor twee maanden of zestig dagen; niet alleen achtereenvolgende maanden of dagen, maar over het geheele

Sluiten