Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dat de pastoors van Maasland tot dien jare hun residentie plegen te hebben in den huize van den commandeur, deze in recompense van dien gekocht had een huis en erve, staande achter aan het koor van de kerk, welk huis zeer vervallen zijnde en niet behoorlijk onderhouden werdende, door den commandeur aan de regeerders van Maasland zal worden betaald een som van 60 Car.: glds jaarlijks".

Dit onderhoud is aan het Ambacht van Maasland verbleven tot de Staatsregeling van 1798, waarover we reeds spraken. Toen in Augustus van dat jaar Ds. Morser aan de municipaliteit alhier reparatie aan zijn pastorie vroeg, werd geantwoord:

„In aanmerking genomen art. 21 der Staatsregeling: Ieder Kerkgenootschap zorgt voor het onderhoud van zijn eeredienst, deszelfs bedienaren en gestichten, heeft deze vergadering geen bevoegdheid meer. Ook niet ofschoon er contract bestaat tusschen de gemeente en de Duitsche Orde. Er zal een missive gezonden worden naar Utrecht om het contract op te zeggen".

In het Kerkarchief lezen we dan ook d.d. 9 Augustus 1799: „Kerkmeesteren vergaderd zijnde, resolveeren na genomen inspectie tot het doen van eenige reparatie aan het predikantshuis". In plaats van aan het Ambacht van Maasland werd dan ook jaarlijks aan de Kerkvoogdij de som uitgekeerd, die tot onderhoud der pastorie dienen moest.

* •

* *

Zooals we gezien hebben, is de oude pastorie gebleven tot 1867. In de vergadering van Kerkmeesters en notabelen van 2 September van genoemd jaar werd het voorstel van Kerkmeesters aangenomen om authorisatie te vragen eener geldleening ad ƒ10,000, rentende hoogstens 5 pCt, voor den bouw eener nieuwe pastorie. Nadat door de „Commissie van toezicht op de Kerkelijke administratie deze authorisatie, later nog verhoogd tot ƒ 14,000, was verleend, werd aan den laagsten inschrijver J. Biemond de bouw gegund. Genoemde J. Biemond en L. van Bergen, beiden timmerlieden, en H. Binnendijk, metselaar, allen te Maasland, hebben in 1868 den bouw voltrokken. Den 21 Maart van dat jaar werd door het zoontje van Ds. Moorrees de eerste steen gelegd. En op 8 October d. a. v. kon Ds. Moorrees de nieuwe pastorie betrekken.

Sluiten