Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of bij hem te doen vernagten zodanige Personen als bij Placaat van dato 30 October 1789 verbooden zijn, en respectievelijk in het derde articul van het zelve placaat, staan vermeld en uitgedrukt, en wijders ook in geenen deelen eenige verlotingen van Paarden, Koeijen, Varkens ofte andersinds hoegenaamd te mogen aanleggen of ten zijnen huize te permitteeren, ook niet ten zijnen huize op de Fiool ofte ander instrument te laten speelen of te laten dansen zonder voorkennis van den Schout; ook zal denzelven niet moogen tappen, schenken of gelaagen zetten onder de Kerktijden en Godsdienst dan alleen aan Reijsigers; alles op verbeurte van deeze Acte, die ten dien einde niet langer zal duuren dan tot kennelijk wederzeggen toe".

* *

*

Waar nering en bedrijf is, waar handel gedreven wordt, moeten „reisgelegenheden" bestaan. „De reisgelegenheden — zeggen Bakker en Van Ollefen in hun „Stad- en Dorpbeschrijver" — zijn te Maasland zeer gemakkelijk: men vaart met de ordinaire veerschuit van Maassluis op Delft, en vice versa, waartoe men zich aan de herberg het „Huis ter Lugt" ') ter schuit begeeft. Maandags vaart een schuit op Den Haag, Dinsdags en Zaterdags één, en Donderdags twee schuiten op Delft. Zondags vaart een schuit op Rotterdam". Tot zoover Bakker en Van Ollefen, die in 1796 schreven. Die schuit van Zondag op Rotterdam — aldus bepaalde de municipaliteit van Maasland in 1807 — mocht niet vóór 's morgens elf uur vertrekken. Dit was o. a. de voorwaarde, aan Jac. de Vetten gesteld, die in 1807 inwoning verzocht en admissie, om te varen.

O tempora, o mores! Onze voorvaderen in de achttiende eeuw waren al heel blij met hun „ordinaire veerschuit", terwijl wij, die het schoone kunstwerk over den trekvliet eiken dag aanschouwen, met Blauwbaards vrouw dagelijks vragen: „Zuster Anna, ziet ge nog niets komen?"

Maar welke tempora ook voorbij mogen zijn, daar zijn goede mores, goede zeden gebleven. En het doet goed aan het harte,

!) De onlangs afgebroken woning, waarin de laatste jaren het bouwbedrijf werd uitgeoefend. Uit de archieven weten we, dat daar in 1796 een zekere Pieter van den Acker als herbergier gevestigd was, en er ook een kolfbaan had.

Sluiten