Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXII.

Over het „brandwezen" in vorige eeuwen. — De „groote en de kleine Brandspuyt te Maesland". — Het „versiften van de Rolle der Manschappen van de groote en de kleine Brandspuit". — „Keur op het behandelen der brandspuiten en het blusschen van den brand".— „Keur op de Riette Daken". — „Keur op het vlassen en swingelen". — Otrer het rooken van tabak in vorige eeuwen. — Strafbepalingen tegen het rooken van tabak „gestatueerd". — Keure en ordonnantie van Schout en Schepenen alhier „teegends het onbehoorlijk rooken van tabak" d.d. 1 Juni 1766.

EZ1

Wie heelemaal geen vreemdeling is in de geschiedenis onzer steden en dorpen, weet van verschrikkelijke, van „zware branden", branden, waarbij niet een half of een heel dozijn huizen in vlammen opging, maar waarbij het vuur zoodanig om zich heengreep, dat nauwelijks een vierde der stad gespaard bleef, andere waarbij slechts enkele huizen ongedeerd bleven.

Een der oorzaken was de bouwtrant in die vervlogen eeuwen.

Tot in het midden der 16de eeuw waren vele huizen nog van hout opgetrokken en met stroo of riet gedekt. Men begrijpt, welk een voedsel een uitslaande vlam vond, en hoe het mogelijk was, dat in korten tijd een heel dorp in vlammen kon opgaan.

Een tweede oorzaak moet gezocht worden in het gebrek aan geschikte bluschmiddelen. De eenige middelen tot in het begin der vijftiende eeuw waren emmers, ketels en tobben, waarmede water aangedragen en in de vlammen geworpen werd.

In het begin der vijftiende eeuw werd er in de steden betere orde gesteld èn om brand te voorkomen èn om dien zoo noodig

Sluiten