Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne heerlijkheid er door geschonden wordt. En nog veel minder is hel geoorloofd het beeld in Gods plaats, of God in het beeld te vereeren. Alleen die dingen mogen worden afgebeeld of uitgeschilderd, welke onder on/.e zintuigen vallen deels geschiedenissen en gebeurde zaken, deels afbeeldsels en gestalten zonder eenige geschiedkundige beteekenis.

Mag men van die beelden in de kerkgebouwen plaatsen ? In den eersten en besten tijd der Christelijke Kerk (ongeveer 5 eeuwen) kende men geen beelden in de kerken. Ioen de bediening begon te ontaarden heeft men de beelden tot versiering ingevoerd. Onderscheidene kerkvaders (o.a. Augustinus) zagen er gevaar in. En inderdaad, de ervaring leert, dat door die versiering de deur voor beeldendienst opengezet is. En al was dit gevaar er niet, toch passen bij de bestemming der kerken geen andere beelden dan die levende en afbeeldende, welke de Ileere door zijn Woord geheiligd heeft, zooals Doop en Avondmaal.

Ten slotte nog een woord over de kerkvergaderingen van Nicea (787) door keizerin Irene bijeengeroepen. Deze besloot dat men niet alleen beelden in de kerken hebben zou, maar ook dezelve aanbidden. Curieus, ja potsierlijk zijn de gronden door de bisschoppen aldaar aangevoerd voor den beeldendienst. Die eerwaarde vaders benamen zichzelven alle geloofwaardigheid, èn door hunne kinderachtige argumenten, èn door hunne goddelooze verscheuring dei- Schriften. Voorts hebben zij geduchte vloekspraken uitgebraakt over allen, die de beelden niet wilden eeren, waarin ook alle onderscheid tusschen dovhtui (doeleia) en karyeia (latreia) wegvalt. O.a. zeide een van die bisschoppen dat men den beelden dezelfde eer moet bewijzen als aan de levende Drieëenheid, en een ander beweerde dat het beter ware alle hoerhuizen in de stad toe te laten, dan den dienst der beelden na te laten. En die er anders over dacht werd vervloekt.

HOOFDSTUK XII.

Doei van het voorgaande.

Als de Schrift God onderscheidt van de afgoden, is het haar

Sluiten