Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hand. Kt : 25, Cornelius wilde Petrus toch niet aanbidden in plaats van God. Toch verbood Petrus wat Cornelius deed.

I)e menschen maken nooit tusschen de eerbewijzing aan God en aan de schepselen een zóó duidelijk onderscheid, of zij brengen zonder verschil tot het schepsel over wat alleen Gode toekomt. Daarom verbiedt God dan ook alles van dien aard zoo strengelijk.

Zach. 14: 9, „Te dien dage zal de Heere één zijn, en zijn Naam één."

HOOFDSTUK XIII.

De Drieëenheid Gods.

De Schrift leert ons God kennen als een oneindig en geestelijk wezen. Wij mogen Hem niet trachten te vatten met het verstand ; wij mogen niet vleeschelijk of aardsch van Hem denken. Daarom zegt de Schrift ook zoo dikwijls dat Hij in den hemel woont.

De Manicheën met hun dualisme verbreken de eenheid Gods en beperken zijne oneindigheid. De Athropomorphisten beroepen zich ten onrechte op sommige spreekwijzen omtrent God (mond, oogen enz.).

God verklaart voorts op die wijze eenig te zijn, dat Hij Zich onderscheidenlijk in drie personen door ons wil hebben aangemerkt. Als zoodanig moet Hij bepaaldelijk gekend worden.

Sommigen keuren 't woord Persoon af, als door menschen uitgevonden. Uit Hebr. 1 : 3, //het uitgedrukte beeld zijner zelfstandigheid," blijkt echter dat er in God meer dan ééne zelfstandigheid (vjtootixois) is. Hiervoor gebruikten de Latijnen 't woord persona. De Grieken spraken ook wel van drie TiQoowTta in God. In den grond der zaak komen deze benamingen op hetzelfde neer, en zijn niet af te keuren. Het zou een al te ongerijmde eisch wezen, nooit woorden te bezigen dan die ook in de Heilige Schrift voorkomen.

Ja meer. De Kerk is door de hoogste noodzakelijkheid gedrongen de woorden: //Drieëenheid" en //Personen te gebruiken, ten einde te beletten dat de dwaling zich met woorden

Sluiten