Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze tot de geloovigen willen naderen. Vanwege dit laatste wordt Hij //Engel" genoemd. Tot bevestiging van dit gevoelen dient Hos. 12 : 5; 1 Cor. 10 : 4; Zach. 2 ; Jes. 25 : 9 en Mal. 3:1.

Wat het N. Testament aangaat — zeer opmerkelijk is het, dat de Apostelen getuigen, dat de dingen, die aangaande den eeuwigen God voorzegd waren, in Christus hun vervulling hadden. Vergelijk Jes. 8 : 14 met Rom. 9 : 33 —Jes. 45 :23 met Hom. 14 : 10 — Ps. 08 : li) met Et. 4 : 8 — Jes. I> : 1 met Joh. 12 : 41. Zie voorts Hebr. 1 : 6, 10; Joh. 1 : 1,14; Rom. 9 : 5; 2 Cor. 5 : 10; 1 Tim. 3 : 16 ; 1 : 17 ; Eilip. '2:0; Joh. 5 : 20; Hand. 20 : 28; Joh. 20 : 28. Let ook op de goddelijke werken, die Hem worden toegeschreven. Joh. 5 : 17; Hebr. 1:3; Matth. 9 : 6 (Jes. 43 : 25). Goddelijke eigenschappen o.a. alwetendheid (Matth. 9 : 4).

Zijne Godheid blijkt ook uit de wonderwerken, die Hij deed. Christus heelt die (anders dan de Profeten en Apostelen) door zijne eigene kracht verricht. Hoe zou Hij anders aan anderen den last kunnen geven op zijn gezag hetzelfde te verrichten ? Hij zelf voert ze dan ook als bewijs zijner Godheid aan. (Joh. 5 : 30, 14 : 11, 37).

Christus wordt ook aangewezen als de Rron van zaligheid, gerechtigheid en leven, Joh. 1 : 4. Van den eersten aanvang der schepping af was in Hem 't leven, 't licht.

Ons vertrouwen mag en moet op Hem wezen, Joh. 14 : 1 ; 0 : 47, en vele andere plaatsen.

Zijn naam wordt dan ook aangeroepen, Joël 2 : 32, Spr. 18 : 10. Vgl. Hand. 7 : 59; 9 : 13.

De Apostel Paulus predikte geen andere leer dan de kennis van Christus (1 Cor. 2 : 2. Vgl. Jer. 9 : 24), welke zijn eenige roem was.

Eindelijk : aan het hoofd der brieven van Paulus en aan het einde, worden dezelfde weldaden van den Zoon afgebeden als

van den Vader.

Bewijs voor de Godheid van den H. Geest. Onder anderen

Gen. 1 : 2 („de Geest Gods zweefde over de wateren") Jes. 48 : 16 („en nu, de Heere en zijn Geest heeft mij gezonden"). Hij is het, die alomtegenwoordig alle dingen onderhoudt. Aan Hem wordt de wedergeboorte toegeschreven, gelijk Hij ook de

Sluiten