Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na ten slotte nog enkele andere teksten besproken te hebben, besluit Calvijn aldus : Sta dus deze ontwijfelbare waarheid bij ons vast, dat het verstand des inenschen van de gerechtigheid Gods zoo is vervreemd, dat het niet begrijpt, niet begeert, niet bedenkt, dan hetgeen goddeloos, verkeerd, schandelijk, onrein en boos is : dat zijn hart met het vergift der zonde zoo geheel is doortrokken, dat liet niet anders dan een verrottenden stank kan uitwasemen. En indien men zich somtijds voordoet onder den schijn van eenig goed, evenwel blijft het verstand altijd met geveinsdheid behept, en het gemoed met inwendige verkeerdheid verbonden.

HOOFDSTUK VI.

Dat de verdorven mensch zijne verlossing in Christus moet zoeken.

Noch de adel van onzen oorsprong, noch de kennis van God als Schepper uit de natuur, baat ons iets zonder het geloof, hetwelk ons God voorstelt als een Vader in Christus. Wij kunnen dit niet afleiden uit de beschouwing der natuur waar veel meer de vloek in allerlei vorm ons tegenkomt, terwijl ook 't geweten ons beschuldigt, en onze blindheid het kennelijke Gods óf niet, óf verkeerd doet zien. De Apostel roept allen tot de kennis van Christus, 1 Cor. 1 : 21.

Na den val heett geene kennis van God tot zaligheid kunnen gedijen, zonder die aangaande den Middelaar. „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt" (Joh. 17 : 3) is een woord voor alle eeuwen. Uit Joh. 4 : 22 „gij aanbidt, wat gij niet weet" blijkt, dat Jezus alle manieren van godsdienst der volken veroordeelt. En waarom ? Omdat aan God nimmer eenige dienst behaagd heeft, dan die op Christus zag. Alle heidenen waren „zonder God en zonder hope" wijl „zonder Christus" Ef. 2 : 12. En Johannes zegt: Van den beginne was „het leven in Christus," maar het is door de wereld verworpen, Joh. 1 : 4. Tot die bron dus terug ! Christus is het leven. Alleen die in Christus gelooven zijn kinderen Gods, Joh. 1 : 12.

Sluiten