Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning. Zijn Koninkrijk is geestelijk en dientengevolge ook eeuwig, Dan. 2 : 44; Luk. 1 : 33. Die eeuwigheid is van beteekenis a. voor het gansche lichaam der Kerk. Immers is zij waarborg voor de bewaring der Kerk trots alle vijanden. Ps. 81) : 3(3 vv.; Jes. 53 : 8; Ps. 2 : 2 vv.; Ps. 110 : 1 ; b. voor ieder lidmaat in 't bijzonder. Zij toch moet ons doen afzien van al het vergankelijke en ons richten tot de hoop eener zalige onsterfelijkheid, Joh. 18 : 3(5.

Dat Christus' Koninkrijk geestelijk is, blijkt ook uit den geringen en verdrukten staat zijner onderdanen op aarde. „Indien wij alleen in dit leven " 1 Cor. 15:19. De zaligheid is hier niet, maar hier namaals, althans wat het uitwendige aangaat. Christus geeft den zijnen hier de eerstelingen des H. Geestes, opdat zij op de volkomene zaligheid zullen hopen, en versterkt hen met kracht inwendig tegen alle vijanden.

De gaven des Geestes ontving Hij niet met mate, Joh. 3 : 34 ; Ps. 45 : 8. Een zichtbaar teeken van die heilige zalving werd bij den doop van Christus aanschouwd (duif). Niet voor zichzelven werd Hij echter Koning, maar voor zijn volk, opdat zij uit zijne volheid zouden ontvangen ook genade voor genade, Joh. 1 : lfi ; Eph. 4:7, en alzoo waarlijk „Christenen" zijn.

Met de eeuwigheid van Christi Koninkrijk strijdt volstrekt niet 1 Cor. 15 : 24, 28 („'t Koninkrijk overgeven aan den Vader" — „zelf onderworpen worden"). In die volmaakte heerlijkheid zal de bediening des Koninkrijks anders wezen. God wil nii door tusschenkomst van den Christus de Kerk regeeren en beschermen, Eph. 1 : 20 vv.; Phil. 2 : 9 vv. Die ordening in het rijk Gods is voor onze tegenwoordige zwakheid noodig. God zal dan door zichzelven het eenige Hoofd der Kerk zijn, omdat het ambt van Christus als gezant des Vaders dan volvoerd zal wezen. Het laatste oordeel is de laatste handeling zijner regeering. Dan volgt op de Christocratie (Christusregeering) de onmiddellijke Theocratie (Godsregeering).

Vervolgens spoort Calvijn nog aan om zich aan dat Koningschap van Christus te onderwerpen.

Priester. Een volmaakt heilig priester hadden wij noodig om ons tot God te brengen. Aangezien echter de toegang voor ons gesloten was en op ons de vloek rust, moest deze Priester eene offerande brengen om den toorn Gods te stillen en Zijn

Sluiten