Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheidene stukken van een wel ingericht leven omtrent God en de naasten : matigheid, rechtvaardigheid, godzaligheid.

\\ at onze naasten betreft — wij moeten hun meer eere toekennen dan onszei ven, en ons geheel en ernstig toewijden aan de behartiging van hun welzijn, Rom. 12 : lOj Fil. 2 : 3. Ook daartoe zijn wij onbekwaam zonder zelfverloochening Calvijn geett een schildering van ons hoogmoedig, eigenlievend bestaan, en zegt, dat dit venijn uit onze ingewanden moet worden uitgeroeid. Daarop is de leer der Schrift gericht. Op welke wijze ? Zij leert ons: 1. onze gaven zijn niet uit ons, maar onverdiende giften Gods, 1 Cor. 4 : 7. Zij roept ons toe: 2. overweeg uwe zonden gedurig en verootmoedig u. Zij vermaant ons : 3. de gaven Gods aan anderen geschonken op te merken en te eeren degenen, die God eert. Zij wil : 4. dat wij de gebreken der naasten zullen verdragen. Gij zult nimmer tot de ware zachtmoedigheid geraken, dan wanneer gij een gemoed zult hebben, dat doortrokken is met verootmoediging van uzelven en vereering van den naaste.

Wat de bevordering van 's naasten welzijn betreft, ook daartoe zijn we zonder zelfverloochening niet in staat. Om ons bij de hand daarheen te leiden, leert ons de Schrift: l. alle gaven (en weldaden) zijn ons geschonken opdat wij die ten algemeenen nutte besteden zouden ; 2. die gaven zijn gelijk aan de vermogens der leden van ons lichaam. Elk lid heeft zijn vermogen niet voor zich alleen maar voor het lichaam. De zorg voor ons eigen nut sta beneden die voor dat der anderen; 3. niet enkele maar alle gaven Gods behooren wij op deze wijze te bedienen.

Voorts zij de liefde lijdzaam en worde niet verbitterd, 1 Cor. 13 : 4. Wij behooren aan allen wel te doen, of wij ze waardig keuren of niet. De Schrift leert ons, dat wij de boosheid der menschen niet in aanmerking moeten nemen, maar het oog vestigen op het beeld Gods in hen, aan hetwelk wij alle eer en liefde verschuldigd zijn, en hetwelk nog vlijtiger moet opgemerkt worden in de huisgenooten des geloofs, Gal. 6 : 10, in zoover het in hen door den Geest van Christus is hernieuwd en hersteld, Jes. 58 : 7; Matth. 6 : 14; 18 : 35; Luk. 17 : 3. Om alzoo onszelven te dooden moet de liefde ons besturen en vervullen. Niet slechts liefdeplichten moeten wij doen, maar weldoen uit waarachtige liefde. Sommigen

Sluiten