Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiertegen strijden niet de voorbiddingen der heiligen voor elkander. 1 Tim. 2 : 1. Deze vloeien voort uit de liefde van de leden van één lichaam. Doch ook deze geschieden weer in den naam van Christus, en bevestigen dus zijne voorbede.

De Sotisten zeggen : „Christus is Middelaar van verlossing, de geloovigen zijn Middelaars van voorbidding." Dit noemt Calvijn beuzelarij. Zou Christus, na eene tijdelijke bemiddeling bediend te hebben, de eeuwige aan zijne dienstknechten overlaten ? Zie 1 Joh. 2:1; Rom. 8 : 34; 1 Tim. 2 : 5. Wat den aard der voorbidding betreft, de kracht van zijn dood dient voor ons tot een altoos durende voorbidding, en tot aan de voleinding der wereld brengt Hij alleen de gebeden des volks tot God.

Wat te denken van de voorbede der gestorven heiligen? Deze hebben ook alleen door Christus den toegang tot God, en alzoo mogen ze niet gebruikt worden om ons van Christus af te leiden. En toch, hoevele eeuwen heeft dit misbruik geheerscht! Er staat geen syllabe van in de Schrift, 't Vloeit voort uit mistrouwen en vreeze der conscientie. Men verdonkert alzoo de heerlijkheid van Christus en de goedertierenheid des Vaders, hetzij men alléén de dooden, of óók de dooden aanroept (Ambrosius). Wij zien in dit stuk de voortwoekerende kracht van het bijgeloof. Eerst begon men met de voorbidding der heiligen, — langzamerhand kreeg ieder heilige zijn bijzonder ambt en aanroeping, — daarna koos ieder mensch zich een heilige, — ten slotte werden ze niet alleen voorbidders maar ook helpers ter zaligheid. Calvijn noemt het een verschrikkelijke heiligschennis en bron van vuil gewin. Hij vindt het ook eene vermetele zaak Gode pleitbezorgers op te dringen, die door Hem niet aangesteld zijn.

Een beroep op Jer. 15 : 1 ,,A1 stonden Mozes en Samuël voor mijn aangezicht, zoo zou nochtans mijne ziel niet zijn tot dit volk," en Ezech. 14 : 14 ,,A1 waren in de stad drie mannen : Noach, Daniël en Job, zij zouden " — baat niet.

Deze teksten getuigen juist tegen hen.

Dat de heiligen ons liefhebben is zeker. Evenzoo dat wij op aarde in elkanders voorbede ons kunnen aanbevelen (bevel, belofte). Maar de gestorvenen zijn aan ons verkeer onttrokken, zie o.a. Pred. 9 : 5, 6) Zij hooren en zien ons niet. Jes. 63 : 16.

Sluiten