Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat Petrus 25 jaar te Rome geweest is, gelijk Eusebius verhaalt, is tastbaar onwaar. Christus heeft geleden in het 18<le regeeringsjaar van keizer Tiberius, terwijl Petrus, naar men zegt, gedood is aan het einde der regeering van keizer Nero; van Christus' lijden tot het sterven van Petrus verliepen dus ongeveer 37 jaren. Omstreeks 20 jaar na Christus' dood was Petrus nog te Jeruzalem, blijkens Gal. 1 en 2. Er blijven dus over 17 jaar, van welken tijd hij nog een gedeelte te Antiochië vertoefd heeft. Dus nooit 25 jaar te Rome ! — Voorts: in den brief aan de Romeinen, door Paulus ongeveer 4 jaar voor zijn komst te Rome geschreven, staat geen woord over of aan Petrus — Paulus is te Rome door de broeders ontvangen (Hand. 28 : 16), van Petrus wordt echter geen melding gemaakt, — ook in de brieven van Paulus, die uit Rome geschreven zijn, wordt van Petrus niet gesproken. Of zou deze tot de afvalligen en ontrouwen behoord hebben ? ! Fil. 2 : 20 ; 2 Tim. 4 : 10.

Dat Petrus te Rome gestorven is, is wel mogelijk ; de schrijvers zijn op dit punt zeer eenstemmig. Doch wat deze schrijvers er overigens van zeggen is niet te vertrouwen, immers vol tegenstrijdigheden en verdichtsels en met Gods Woord in strijd, gelijk wij zeiden.

Maar wat zegt de Oude Kerk in deze ? Het is zeker dat men aan de Kerk van Rome groote eer bewees. En wel om drie redenen : lo. de meening dat die kerk door Petrus gesticht was — waarom ze in het Westen wel eershalve de Apostolische stoel genoemd werd; 2u. de zetel van het Rijk was daar; en dientengevolge werden vaak de uitneinendste mannen in de kerkelijke betrekkingen gesteld; 3<>. de kerken van het Oosten en van Griekenland werden door veel meer partijschappen beroerd, Rorne was zelfs meermalen een toevluchtsoord voor

verdreven bisschoppen Doch al eerde men de kerk van

Rome deswege, daaruit volgt niet de erkentenis harer soevereiniteit over de andere kerken. Hieronymus en Cyprianus bijv. vinden de kerkelijke eenheid in de ééne bisschoppelijke waardigheid, in het ééne bisschopsambt, waarvan ieder bisschop alle deelen bezit, doch van de eenheid in den paus weten zij niest.

Sluiten