Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbeelden : Hand. 13 : 3 toen Paulus en Barnabas uitgezonden werden; 14 : 23 bij de aanstelling van Dienaren ; Luc. 2 : 37 (profetes Anna), Neh. 1 : 2 ; 1 Cor. 7:5. In al deze gevallen had het vasten ten doel om daardoor te vuriger en geschikter te mogen worden tot het gebed. — Verder: Joël 2 : 15; 1 Sam. 7:6; 31 : 13; 2 Sam. 1:12; Jona 3 : 5 (Ninevieten); Matth. 9:15; Luc. 5 : 34. Uit al die voorbeelden en uitspraken besluit Calvijn dat liet vasten niet afgeschaft is, en ook voor onze tijden noodig en nuttig kan wezen.

Tegen bijgeloof is echter zeer te waken. Vooral de Herders moeten dit doen, en altijd het volk voorhouden dat zij niet de kleeren maar de harten moeten scheuren. Wet het vasten als zoodanig dienen wij God niet, het is een middel tot zijn dienst. Zie Jes. 58 : 5, alsmede Augustinus tegen de Manicheën. Ook moet men het niet al te zeer prijzen en er al te strak op staan als een der voornaamste plichten, gelijk de ouden wel wat overdreven gedaan hebben. Deze overdrijving blijkt ook uit de aloude bijgeloovige onderhouding der veertigdaagsche vasten, in navolging van Christus in de woestijn. Alsof Christus daartoe gevast had ! Alsof Israël ook Mozes had moeten navolgen in deze! — Tengevolge van de onwetendheid des volks en de heerschzucht der bisschoppen heeft men hoe langer zoo meer bijgeloovige inzettingen inzake het vasten gekregen. Tegenwoordig is het heelemaal een bespotting geworden ; want allerlei dingen worden verboden waarvan de Schrift niets weet (bijv. vleesch), en tevens is de vasten juist een tijd van overdadige smullerij en brasserij, meer dan ooit.

Inzonderheid over de clerici (kerkedienaars) moet tucht geoefend worden. Oude bisschoppen hebben zichzelven en hunne orde allerlei regelen opgelegd (bijv. niet jagen, spelen, drinkgelagen, woeker, koophandel, danserij, enz.) met bepaling van straften er bij. Aan iederen bisschop was daartoe het bestuur over zijne clerezij opgedragen. Daarbij hadden er jaarlijks onderzoeken plaats, werden synoden gehouden, waar ook zelfs de bisschoppen geoordeeld werden, of waarop de verongelijkten zich beroepen konden. Zoolang dit goed ging waren de clerici strenger jegens zichzelven dan jegens het volk, gelijk het betaamt. En thans ? Eilieve, wat is meer ongebonden en woest dan de orde der geestelijken ? Ieder spreekt er schande van.

Sluiten